Naar aanleiding van verschillende uitspraken van de Afdeling moet de burgemeester toetsen of maatregel en de termijnen zoals opgenomen in de handhavingsmatrix in hoofdstuk 4 evenredig is het concrete geval. Dit wordt getoetst aan de hand van de criteria geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid.
5.1.1 Geschiktheid van de maatregel
De maatregel die de burgemeester oplegt, moet geschikt zijn om het gestelde doel te bereiken. Het wettelijke doel van artikel 13b van de Opiumwet is het beëindigen van de overtreding en het voorkomen van herhaling. Daarnaast geeft het beleid in paragraaf 1.2 nog een aantal specifiekere doelen die met de maatregel worden beoogd.
De sluiting wordt in beginsel als geschikt middel beschouwd om de bij dit beleid gestelde doelen te bereiken. Desondanks wordt de geschiktheid van de maatregel steeds in de beschikking gemotiveerd
5.1.2 Noodzakelijkheid van de maatregel
Is bepaald dat de burgemeester in beginsel bevoegd is tot toepassing van de bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet en hij over kan gaan tot sluiting van een pand conform bovenstaande sluitingstermijn zal de volgende afweging gemaakt moeten worden. De burgemeester dient te bepalen of ook daadwerkelijk de noodzaak bestaat tot sluiting van het pand, dan wel dat met een minder vergaande maatregel de gestelde doelen in voldoende mate kunnen worden bereikt.
Aan de hand van de ernst en de omvang van de overtreding dient te worden beoordeeld in hoeverre sluiting van een pand noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning of het lokaal en het herstel van de openbare orde. In recente uitspraken heeft de Afdeling het beoordelingskader verder verduidelijkt aangaande de noodzaak van woningsluiting. 12 ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285; ABRvS 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022: 1910, 1911 en 1913. De volgende feiten en omstandigheden zijn daarbij onder andere van belang:
De mate van gevaar voor de openbare orde.
De mate van gevaarzetting en de risico’s voor de omgeving, waaronder de aard en omvang van de aangetroffen stoffen en goederen.
Het soort verdovende middelen in samenhang met de hoeveelheid aangetroffen drugs.
De vraag of sprake is van recidive.
De ligging van een woning of lokaal in een voor (drugs)criminaliteit kwetsbare wijk, waarbij een groter gewicht mag worden toegekend aan de signaalfunctie.
De professionaliteit van de drugshandel, hennepteelt of drugsproductie.
De aanwezigheid van feitelijke handel in of vanuit pand: voor de beoordeling van de ernst en de omvang van de overtreding is mede van belang of de aangetroffen drugs feitelijk in of vanuit het pand werden verhandeld en of sprake is van een ‘loop’ naar het pand.
De aanwezigheid van een combinatie van middelen als bedoeld op Lijst I en II van de Opiumwet;
De mate van (ernstige) overlast rondom de locatie.
Overige feiten en/of omstandigheden die duiden op georganiseerde drugshandel en/of ernstige ondermijnende criminaliteit in (georganiseerd) verband.
5.1.3 Evenwichtigheid van de maatregel
Nadat is bepaald dat de sluiting van het pand en/of bijbehorende erven een voldoende geschikte en noodzakelijke maatregel is, dient een evenwichtigheidstoets plaats te vinden. Daarbij wordt beoordeeld of de sluiting geen onevenredig nadelige gevolgen hebben, die niet in verhouding staan tot de met het besluit beoogde doelen. Het gaat er hierbij niet om dát een betrokkene nadeel ondervindt van de maatregel. Dat is verdisconteerd (rekening mee gehouden) bij het vaststellen van de Opiumwet. Echter, een besluit mag geen onnodig nadelige gevolgen hebben, in verhouding tot het doel dat gediend ís met de maatregel.
Bij deze beoordeling zijn in ieder geval de volgende omstandigheden van belang:
De mate van verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon.
De gevolgen van de sluiting ten aanzien van:
de medische situatie van de belanghebbende;
een bijzondere binding met de woning;
de mogelijkheid om weer in de woning terug te keren;
de plaatsing van de overtreder op een zwarte lijst;
de aanwezigheid van minderjarige kinderen in de woning.
De mate van verwijtbaarheid en de (nadelige) gevolgen van de sluiting worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester de sluiting noodzakelijk mocht achten. Dit vraagt een actieve opstelling van de burgemeester. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig. Indien noodzakelijk kan de burgemeester ook afwijken van de handhavingsmatrix door een kortere sluitingsduur te nemen.
Hoofdstuk 5:
Artikel 5.1
Evenredigheid van de maatregel
Onderdeel van Damoclesbeleid gemeente Uitgeest 2025