Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 2

Artikel 2:11

(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

Onderdeel van Algemeen plaatselijke verordening Opsterland 2025

1.. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2.. Een vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan, omgevingsplan of voorbereidingsbesluit; door het college in de overige gevallen. 3.. Het verbod is niet van toepassing voor zover: in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht; en voor zover werkzaamheden worden verricht in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam. 4.. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. 5.. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel