Naar hoofdinhoud

Artikel 14

– Subsidieplafonds en (her)verdeling

Onderdeel van Subsidieregeling Cultuur 2026-2028

1.. Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt een subsidieplafond van € 16.492.000 voor het jaar 2026, gebaseerd op prijspeil 2025. 2.. Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt een jaarlijks subsidieplafond van € 9.464.000 voor de jaren 2027 en 2028, gebaseerd op prijspeil 2025. 3.. Binnen de subsidieplafonds genoemd in het eerste lid, gelden de volgende deelplafonds: Subsidielijn A – Culturele basisfuncties: maximaal € 13.937.000, onderverdeeld als volgt: Bemiddelingsfunctie cultuureducatie: € 1.091.000 Bibliotheekwerk: € 7.028.000 Cultuurcentrum Buiten: € 97.000 Cultuurcentrum Haven: € 776.000 Ontwikkeling cultuursector (kennisdeling en stimuleringsfonds): € 776.000 Poppodiumvoorziening: € 320.000 Professioneel Stadsgezelschap Theater: € 235.000 Stadsschouwburg en Culturele huiskamer van de stad: € 3.614.000 Subsidielijn B – Cofinanciering medeoverheden: maximaal € 1.470.000 per jaar, vermeerderd met het deel van het jaarlijkse subsidieplafond dat na toekenning in subsidielijn A beschikbaar blijft. Subsidielijn C – Talentontwikkeling en muziekeducatie: maximaal € 431.000, vermeerderd met het deel van het jaarlijkse subsidieplafond dat na toekenning van subsidielijn A en B beschikbaar blijft. Subsidielijn D – Overige culturele initiatieven: maximaal € 654.000 per jaar, vermeerderd met het deel van het jaarlijkse subsidieplafond dat na toekenning in subsidielijn A, B en C beschikbaar blijft. 4.. Binnen de subsidieplafonds genoemd in het tweede lid, gelden de volgende jaarlijkse deelplafonds: Subsidielijn A – Culturele basisfuncties: maximaal € 6.909.000, onderverdeeld als volgt: Bemiddelingsfunctie cultuureducatie: € 1.091.000 Cultuurcentrum Buiten: € 97.000 Cultuurcentrum Haven: € 776.000 Ontwikkeling cultuursector (kennisdeling en stimuleringsfonds): € 776.000 Poppodiumvoorziening: € 320.000 Professioneel Stadsgezelschap Theater: € 235.000 Stadsschouwburg en Culturele huiskamer van de stad: € 3.614.000 Subsidielijn B – Cofinanciering medeoverheden: maximaal € 1.470.000 per jaar, vermeerderd met het deel van het jaarlijkse subsidieplafond dat na toekenning in subsidielijn A beschikbaar blijft. Subsidielijn C – Talentontwikkeling en muziekeducatie: maximaal € 431.000, vermeerderd met het deel van het jaarlijkse subsidieplafond dat na toekenning van subsidielijn A en B beschikbaar blijft. Subsidielijn D – Overige culturele initiatieven: maximaal € 654.000 per jaar, vermeerderd met het deel van het jaarlijkse subsidieplafond dat na toekenning in subsidielijn A, B, en C beschikbaar blijft. 5.. Indien een subsidie voor een onderdeel van subsidielijn A niet tot het daarvoor vastgestelde deelplafond wordt verleend, kan het resterende bedrag door het college worden aangewend voor subsidieverlening binnen subsidielijn B, mits het totaal van de jaarlijkse deelplafonds van subsidielijn A en B niet wordt overschreden. 6.. Indien na toepassing van het derde, vierde en vijfde lid van dit artikel het subsidieplafond nog niet is uitgeput, kan het resterende bedrag door het college worden aangewend voor subsidieverlening binnen subsidielijn C, mits het totaal van de jaarlijkse deelplafonds van subsidielijn A, B en C niet wordt overschreden. 7.. Indien na toepassing van het derde, vierde, vijfde en zesde lid van dit artikel het subsidieplafond nog niet is uitgeput, kan het resterende bedrag door het college worden aangewend voor subsidieverlening binnen subsidielijn D, mits het totale jaarlijkse subsidieplafond niet wordt overschreden. 8.. In afwijking van het bepaalde in de leden twee tot en met zeven van dit artikel geldt dat voor zover het bepaalde in artikel 9, vierde lid, zich voordoet, het college kan besluiten het betreffende deelplafond niet aan te wenden binnen subsidielijn B, C en D, maar beschikbaar te houden voor subsidiering van de niet ingevulde functie(s) in hetzelfde jaar of een of meer opvolgende jaren. 9.. Het college maakt de jaarlijkse verdeling van de subsidieplafonds over de vier subsidielijnen, alsmede eventuele herverdelingen als bedoeld in het derde en vierde lid, vooraf bekend via het gemeenteblad en op de gemeentelijke website. 10.. De subsidieaanvraag bedraagt maximaal € 300.000 per kalenderjaar voor instellingen die binnen subsidielijn B subsidie aanvragen en die zijn opgenomen in bijlage 1.2 behorende bij artikel 4 van het Convenant cultuur 2025-2028 dat de provincie Flevoland en de gemeente Almere hebben afgesloten met de Staat der Nederlanden. 11.. Het college kan het subsidieplafond, bedoeld in het eerste en tweede lid, alsmede de jaarlijkse deelplafonds, bedoeld in het derde en vierde lid, verlagen indien daartoe aanleiding bestaat. Het besluit tot verlaging maakt het college bekend via het gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Dit kan betekenen dat voor reeds ingediende of verleende aanvragen minder subsidie wordt toegekend. 12.. Het college kan het subsidieplafond voor subsidielijn D voor een bepaald jaar verhogen met middelen die beschikbaar zijn gekomen. Het besluit tot verhoging maakt het college bekend via het gemeenteblad en op de gemeentelijke website. 13.. De subsidie wordt verleend onder het voorbehoud dat de raad voldoende gelden ter beschikking stelt. Voor meerjarige subsidies betekent dit dat de subsidie tussentijds kan worden aangepast indien de raad in enig jaar onvoldoende gelden ter beschikking stelt. 14.. Voor instellingen die een meerjarige subsidie ontvangen, kan het college jaarlijks aanvullend subsidie verstrekken ter dekking van loon- en prijsontwikkelingen. Toekenning vindt uitsluitend plaats op basis van een door het college vastgestelde indexering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel