Naar hoofdinhoud
1.. De applicatiebeheerder BRP autoriseert individuele medewerkers van binnengemeentelijke afdelingen, genoemd in bijlage 1, voor de rechtstreekse inzage in de BRP ten behoeve van aan betreffende medewerkers toegewezen (publiekrechtelijke) taken en bepaalt welke gegevens van de persoonslijst door deze medewerkers mogen worden geraadpleegd. 2.. De kwaliteitsmedewerker BRP controleert minimaal eenmaal per jaar de toegekende autorisaties in de BRP-applicatie alsmede de uitvoering van deze nadere regelingen rapporteert hierover aan het college in het kader van de periodieke zelfevaluatie BRP. 3.. Gedurende twintig jaren volgend op de verstrekking wordt, in overeenstemming met art. 3.11 Wet BRP, daarvan aantekening bijgehouden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel