Het begrip ‘renovatie’ is niet als huisvestingsvoorziening opgenomen in de huisvestingsverordening. Tot nu toe is renovatie niet opgenomen als een voorziening huisvesting onderwijs in de onderwijswetten. Zoals eerder vermeld wordt renovatie in de voorgenomen wetswijzigingen wel opgenomen als voorziening. In het voorstel voor de nieuwe wet Planmatige en doelmatige aanpak onderwijshuisvesting wordt renovatie omschreven als:
“alternatief voor nieuwbouw, bestaande uit vernieuwing of grootschalige verandering van een gebouw of een gedeelte daarvan door een samenhangend geheel van maatregelen, dat gericht is op het verlengen van de levensduur van het gebouw of het gedeelte daarvan”
In de toelichting wordt benadrukt dat renovatie een alternatief kan zijn voor nieuwbouw en als zodanig losstaat van het onderhoud van het gebouw. Het is dus in de wet niet bedoeld als uitbreiding van de gemeentelijke verantwoordelijkheid maar geeft de gemeente alleen de mogelijkheid renovatie als alternatief voor nieuwbouw te overwegen. Ook staat in de toelichting van de wet: “De renovatie kan ook worden toegekend voor een gedeelte van een gebouw. Veel schoolgebouwen zijn gedurende de levensduur uitgebreid en bestaan uit bouwdelen met verschillende bouwjaren. Met het oog hierop kan ook een deel van een schoolgebouw voor renovatie in aanmerking komen (bijvoorbeeld het oudste gedeelte)”.
Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) schrijft het minimale kwaliteitsniveau voor waaraan een bouwonderdeel van een gebouw met onderwijsfunctie moet voldoen bij nieuwbouw of verbouw. De eisen voor verbouw liggen lager dan bij nieuwbouw.
Beleid Aa en Hunze
Voor dit IHP wordt voor renovatie de definitie aangehouden, zoals die in het ontwerp van wet geformuleerd staat.
Voor Aa en Hunze betekent dat ook dat renovatie niet enkel technische aanpassingen omvat, maar ook functioneel aanpassingen aan de huidige en toekomstige onderwijskundige eisen.
Uitgangspunt in het IHP is dat renovatie een gelijkwaardig alternatief vormt voor (vervangende) nieuwbouw en door de gemeente wordt bekostigd. Gelijkwaardigheid kan alleen als de renovatie niet alleen voldoet aan de Bbl-eisen voor verbouw, maar ook aan die van nieuwbouw.
Omdat de kosten van renovatie sterk afhankelijk zijn van de specifieke kenmerken en staat van kwaliteit van een gebouw, worden er geen normkosten voor renovatie vastgelegd, anders dan dat die de prijs per m2 BVO voor nieuwbouw niet mogen overstijgen.
Schoolbesturen kunnen bij renovatie of nieuwbouw opteren voor aanvullende duurzaamheidsambities (bijvoorbeeld 0-op-de-meter), mits zij deze zelf bekostigen. De mogelijkheden voor deze bijdrage wordt onderbouwd op basis van een sluitende businesscase. Uitgangspunt voor deze businesscase is dat de schoolbesturen deze eenmalige kosten kunnen dekken uit de besparing van de energielasten, (rijks)subsidies en het meerjaren-onderhoudsplan, vooralsnog rekening houdend met het investeringsverbod. Doorvoering van de wetswijziging zal de mogelijkheden van de schoolbesturen om te investeren, vergroten.
Bij schoolgebouwen waarvan is vastgesteld dat renovatie of nieuwbouw aan de orde is, wordt met behulp van het ‘Afwegingskader renovatie nieuwbouw van HEVO beoordeeld of renovatie een duurzaam en financieel aantrekkelijk alternatief is voor (vervangende) nieuwbouw. De afweging om te kiezen voor renovatie wordt in goed overleg tussen een schoolbestuur en de gemeente gemaakt, (mede) op basis van de volgende vragen:
Leidt renovatie tot een wezenlijke levensduurverlenging van het gebouw?
Kunnen de (functionele) aanpassingen ook zo worden uitgevoerd dat het gebouw geschikt wordt gemaakt voor de huidige vormen van onderwijs?
Voldoet de school na renovatie minimaal aan de eisen van Frisse scholen Klasse C?
Resulteert de renovatie in een betere exploitatie (minder onderhoudskosten en een aanzienlijk lager energieverbruik)?
Voldoet het gebouw aan de duurzaamheidsambities die de gemeente op dat moment voor ogen heeft?
Is het onderhoud de afgelopen jaren op een adequate wijze uitgevoerd (er moet geen sprake zijn van achterstallig regulier en groot onderhoud)?
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4.
Artikel 2.4.12.
Renovatie versus nieuwbouw
Onderdeel van Evaluatie en Actualisatie Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2020-2035