In het BBV is aangegeven welke soorten vaste activa we afzonderlijk op de balans moeten opnemen. Er wordt bij de vaste activa onderscheid gemaakt in:
Immateriële vaste activa;
Materiële vaste activa;
Financiële vaste activa.
Hieronder lichten we de verschillende soorten toe.
Immateriële vaste activa
1. Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio.
Het disagio is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en het lagere bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd. Alle passiva, waaronder schulden moeten tegen nominale waarden worden gewaardeerd. Dat houdt in dat de lening voor het totaalbedrag van de aangegane schuld moet worden opgenomen. Het verschil tussen het schuldbedrag en het uitgekeerde bedrag, het (dis)agio, kan naar keuze al dan niet worden geactiveerd. Afsluitkosten van meerjarige geldleningen kunnen worden afgeschreven.
2. Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief.
Wanneer voorafgaand aan een nieuwe investering een onderzoek en/of voorbereidend werk plaatsvindt, dan mogen deze kosten, als wordt voldaan aan de onderstaande voorwaarden worden geactiveerd. Hiervoor geldt een afschrijvingstermijn van maximaal vijf jaar.
het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen;
de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat;
het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en;
de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
3. Bijdragen aan activa in eigendom van derden.
Deze kosten mogen volgens de BBV worden geactiveerd indien:
er sprake is van een investering door een derde;
de investering bijdraagt aan de publieke taak;
de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren op een wijze zoals is overeengekomen
de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de gemeente anders recht kan doen gelden op de investeringen die samenhangen met de investering.
Indien aan een van deze criteria niet voldaan wordt, mag de bijdrage niet geactiveerd worden, maar moet deze op de exploitatie als een last worden verantwoord.
Materiële vaste activa
De materiele vaste activa bestaan volgens de BBV uit:
1. Investeringen met een economisch nut.
Materiële vaste activa hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn (er een markt voor is) en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen.
2. Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan
worden geheven.
Indien het genereren van middelen gebeurt of kan gebeuren middels het vragen van rechten of heffingen, dan spreekt het BBV van materiële vaste activa met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven.
3. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.
Materiële vaste activa in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut genereren geen middelen, maar vervullen wel duidelijk een publieke taak. Het betreft investeringen in bijvoorbeeld wegen en groenvoorzieningen
Financiële vaste activa
De financiële vaste activa bestaan volgens de BBV uit:
1. Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen;
2. Leningen aan openbare lichamen, woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen;
3. Overige langlopende leningen;
4. Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
5. Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
6. Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.1
Soorten activa
Onderdeel van Afschrijving en activabeleid Gemeente Veenendaal 2025