Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 11

Criteria voor toekenning van een individuele voorziening

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Scherpenzeel 2025

1.. Het college neemt het onderzoeksverslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een individuele voorziening. 2.. Binnen de kaders van de wet en deze verordening kan een individuele voorziening worden verstrekt wanneer door het college is vastgesteld dat: inzet van jeugdhulp noodzakelijk is gezien de aard en ernst van de hulpvraag; de jeugdige of ouders voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn en gebruikmaking van personen uit het eigen netwerk of vrijwilligers, geen afdoende oplossing kan bieden voor de hulpvraag; algemene of andere (voorliggende) voorzieningen in de betreffende situatie niet afdoende blijken. 3.. Overeenkomstig de definitie van jeugdhulp uit artikel 1.1, van de wet wordt geen individuele voorziening verstrekt voor hulp of ondersteuning aan een jeugdige die niet noodzakelijk is op grond van een psychisch probleem of stoornis, psychosociaal probleem, gedragsprobleem of beperking, maar die voortkomt uit een behoefte die past bij de normale ontwikkeling van de jeugdige van een bepaalde leeftijd. 4.. Een algemene of andere voorziening kan de noodzaak verminderen of wegnemen als deze: daadwerkelijk beschikbaar is; en passend en toereikend is voor de hulpvraag. 5.. Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate, tijdig beschikbare voorziening. 6.. Een individuele voorziening jeugdhulp wordt toegekend als de inzet van de voorziening doeltreffend geacht kan worden. De doeltreffendheid beoordeelt het college door vast te stellen of de individuele voorziening wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag en [waar beschikbaar] er wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie en nooit met een bewezen niet effectieve interventie. 7.. Er is sprake van bewezen effectieve voorzieningen als de effectiviteit is vastgesteld in wetenschappelijk onderzoek en de interventie(s) zijn opgenomen als zijnde ‘erkend’ in: de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut; de zorgstandaarden van de GGZ Standaarden; de databank voor interventies gericht op jeugdigen met een beperking (databank interventies gehandicaptenzorg);

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel