Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 21

Hoogte van een pgb-tarief

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Scherpenzeel 2025

1.. De hoogte van het pgb voor formele jeugdhulp bedraagt nooit meer dan 100% van het laagste adequate in de jeugdhulpregio JeugdFV gecontracteerde tarief voor de te verstrekken voorziening in natura. 2.. Indien het pgb is gebaseerd op een uurtarief, wordt onderscheid gemaakt in: het professionele tarief voor degene die voldoet aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de deelovereenkomsten van de jeugdhulpregio JeugdFV, bedraagt het tarief 85% van het in de betreffende situatie goedkoopst adequate tarief in natura, tenzij met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel het tarief in het individuele geval niet toereikend is; het professionele tarief voor degene die niet voldoet aan de voorwaarden in de deelovereenkomsten van de jeugdhulpregio JeugdFV, maar wel volgens de voor de jeugdhulp gebruikelijke professionele standaard werkt, bedraagt 60% van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura. het tarief voor informele hulp van een niet-professional uit het sociale netwerk voor het verlenen van jeugdhulp in de vorm van begeleiding bedraagt het wettelijke minimum loon inclusief vakantietoeslag en vakantie-uren. 3.. In afwijking van het bepaalde in het derde lid onder c., kan de hoogte van het pgb voor informele hulp gelijk zijn aan de maximale hoogte van de tegemoetkoming per kalendermaand voor een hulp uit het sociaal netwerk, zoals opgenomen in artikel 8ab van de Regeling Jeugdwet. 4.. Het tarief op basis waarvan het pgb is berekend, blijft in stand zolang de toekenning geldig is. 5.. Indien de kosten van de door de jeugdige en/of zijn ouder(s) beoogde individuele voorziening uitstijgen boven de kostprijs van de naar het oordeel van het college adequate individuele voorziening in natura, dienen de jeugdige en/of zijn ouder(s) het verschil zelf te bekostigen. 6.. Het pgb wordt bruto verstrekt met inachtneming van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en is inclusief de eventuele kosten voor een eenmalige uitkering, een feestdagenuitkering, reiskosten of de kosten van uitstapjes. 7.. Het college kan in uitvoeringsregels nadere regels opstellen ter uitvoering van het bepaalde in dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel