Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 35

Verlengde jeugdhulp

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Scherpenzeel 2025

1.. Verlengde jeugdhulp is een individuele voorziening op basis van de Jeugdwet na het 18e levensjaar van een jeugdige of na het 21e levensjaar van jeugdige in pleegzorg/gezinshuis. 2.. Een jeugdige kan aanspraak maken op verlengde jeugdhulp, indien: er na het 18e levensjaar aantoonbaar geen opvolgende financiering beschikbaar is vanuit de Wmo, Wlz of Zvw of vanuit justitie, én; als er daarnaast sprake is van één van onderstaande situaties: jeugdige ontvangt de hulp al onder de Jeugdwet en het college acht voortzetting noodzakelijk; noodzaak van de hulp is bepaald voordat de jeugdige 18 werd; na beëindiging van jeugdhulp die is gestart voor het bereiken van de 18-jarige leeftijd, wordt binnen een termijn van een half jaar vastgesteld dat hervatting van de hulp nodig is; jeugdige heeft een strafbaar feit begaan tussen het 18e en 23e levensjaar waarvoor een maatregel (als bedoeld in artikel 77c van het wetboek van Strafrecht) is uitgesproken. 3.. Een jeugdige heeft geen recht op verlengde jeugdhulp in de volgende gevallen: jeugdige valt onder de Zvw, maar wil of kan zijn eigen bijdrage niet betalen; de hulpvraag valt onder de Wmo, maar een passende voorziening is alleen beschikbaar binnen de beschikbare jeugdhulp. In die gevallen wordt jeugdhulp ingezet, bekostigd vanuit de Wmo; jeugdige ontving ondersteuning vanuit de Jeugdwet in de vorm van begeleiding, persoonlijke verzorging, respijtzorg of de meeste vormen van geestelijke gezondheidszorg. Voor deze ondersteuning is een voorziening vanuit een ander wettelijk kader beschikbaar.

Rechtspraak bij dit artikel