Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 7

Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Scherpenzeel 2025

1.. Het college onderzoekt in een gesprek met de jeugdige en/of zijn ouders, zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag, volgens lid 2 tot en met 8. 2.. Het college wijst voor het onderzoek op de mogelijkheid om gebruik te maken van een vertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 2.5, van de wet en van gratis cliëntondersteuning als bedoeld in artikel 2.2.4, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 3.. Voordat het onderzoek van start gaat, kunnen de jeugdige of zijn ouder(s) het college een familiegroepsplan verstrekken. Het college brengt hen van deze mogelijkheid op de hoogte na de aanvraag in de gelegenheid het plan te overhandigen. Als de jeugdige of zijn ouder(s) daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van het familiegroepsplan. 4.. Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger afzien van een onderzoek als de aanvraag wordt ingetrokken. Dat wordt schriftelijk bevestigd. 5.. Het college onderzoekt wanneer een jeugdige of een ouder of een wettelijke vertegenwoordiger een aanvraag voor jeugdhulp indient met de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger: wat de hulpvraag is van de jeugdige of zijn ouder; of er sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en zo ja, welke problemen en stoornissen dat zijn; welke hulp naar aard en omvang nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren. Rekening houdend met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en/of zijn ouders; of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden. zijn die mogelijkheden ontoereikend dan treft het college een voorziening voor jeugdhulp. Bij het onderzoek wordt, indien van toepassing, aandacht besteed aan een goede afstemming van de toekenning op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. 6.. Als de jeugdige of zijn ouder(s) een familiegroepsplan aan het college hebben overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek. Bij het onderzoek wordt ook de jeugdige zoveel mogelijk betrokken en gehoord. 7.. Bij het onderzoek wordt aan de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger medegedeeld welke mogelijkheden er bestaan om te kiezen voor welke leveringsvorm. De jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger wordt in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze. 8.. De jeugdige en/of zijn ouders verschaffen het college de gegevens en documenten die voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel