We hanteren het uitgangspunt dat het begeleiden van een leerling tijdens het vervoer, primair een taak is van de ouders. Dit geldt ook als beide ouders werken. Als de leerling in een instelling woont blijven de ouders en de instelling verantwoordelijk voor de zorg en de daarmee samenhangende begeleiding van de leerling naar school en terug.
Als het niet mogelijk is dat ouders zelf de begeleiding uitvoeren, zorgen zij zelf voor een oplossing. Als ouders en de instelling er zelf niet in slagen de begeleiding te leveren, kunnen zij daarvoor bijvoorbeeld een oppas, buren, familie of vrijwilligers inschakelen.
Het enkele feit dat ouders beiden werken is, zonder bijkomende omstandigheden die een belemmering zijn om zelf te begeleiden of anderen namens hen te laten begeleiden, geen reden om aangepast vervoer toe te kennen.
We kunnen een uitzondering maken op dit uitgangspunt als sprake is van een ernstige benadeling van het gezin waardoor begeleiding van de leerling niet meer van ouders kan worden gevergd. Het is aan de ouder(s) om aan te tonen dat volgens hen aan de voorwaarden voor ernstige benadeling wordt voldaan.
Van ernstige benadeling is in ieder geval sprake in de volgende situaties:
een éénouder-gezin of een alleenstaande ouder waarbinnen het gezin, er meerdere kinderen zijn van 10 jaar of jonger die gebracht moeten worden naar school door de ouder. Deze leerlingen hebben aantoonbaar begeleiding nodig naar school, wat aantoonbaar niet verenigbaar is met de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen van de leerling die in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening;
een éénouder-gezin of een alleenstaande ouder die een aantoonbare structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking heeft waardoor begeleiding tijdens het vervoersmoment onmogelijk is;
een éénouder-gezin of een alleenstaande ouder die een scholings- of arbeidsverplichting heeft op basis van de Participatiewet op de vervoersmomenten van de leerling;
een éénouder-gezin of een alleenstaande ouder heeft een arbeidsovereenkomst die aantoonbaar geen mogelijkheid biedt om in de werktijden rekening te houden met de schooltijden van de leerling. Een werkverklaring dient de werktijden te vermelden en te onderbouwen dat het gezien de aard van het werk niet mogelijk is rekening te houden met de schooltijden;
beide ouders kunnen aantoonbaar onmogelijk de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen vormgeven gedurende het vervoersmoment omdat bij hen allebei sprake is van een van de hiervoor onder a t/m d beschreven situaties:
Het reizen per openbaar vervoer kost de begeleider meer dan 6 uur reistijd per dag voor leerlingen van het basisonderwijs en meer dan 3 uur reistijd per dag voor leerlingen van het speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs.
Hoofdstuk
Artikel 3.1
Begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen (artikel 8 Verordening)
Onderdeel van Nadere regels leerlingenvervoer gemeente Lopik 2025