De gehanteerde gebouwzijdige energie en vermogensvragen zijn weergegeven in Tabel 4.1.
Tabel 4.1 | Energie- en vermogensvraag per deelgebied
Ruimteverwarming
Warm tapwater
Koeling
Deelgebied
Vermogen (kW)
Verbruik (MWh)
Vermogen (kW)
Verbruik (MWh)
Vermogen (kW)
Verbruik (MWh)
Westermarkt
4.321
4.081
500
1.829
2.990
2.225
Reitse campus
10.437
9.857
1.500
4.478
7.092
5.290
P&R (Middenbuurt)
1.782
1.681
250
920
869
680
Meerkoldreef
1.478
1.397
175
798
1.208
882
Torenbuurt
2.784
2.631
350
1.523
2.246
1.643
Koolenlaanbuurt
2.890
2.728
350
1.300
1.832
1.379
Abdijbuurt
4.920
4.644
600
2.250
3.037
2.294
Taxandriëbaan
2.984
2.815
400
1.504
1.534
1.190
Schipholkwartier
483
458
30
87
654
458
Subtotaal
32.078
30.291
4.155
14.688
21.461
16.041
Het Zand en de Reit minus 9 deelgebieden
101.976
96.347
6.000
19.327
76.926
56.682
Totaal
134.054
126.638
10.155
34.015
98.387
72.722
Op basis van deze energie- en vermogensvragen is met behulp van diverse kentallen en energetische uitgangspunten de grondwaterzijdige vraag per (deel)gebied bepaald. Deze resultaten zijn hieronder weergegeven. Daarbij is ook aangegeven hoeveel doubletten er nodig zijn bij een verwachte haalbare broncapaciteit van 60 m3/uur/doublet (in het eerste watervoerende pakket).
Tabel 4.2 | Benodigde waterverplaatsing, debiet en aantal doubletten
(Deel)gebied
Waterverplaatsing warmtelevering [m3/jaar]
Waterverplaatsing koeling [m3/jaar]
Debiet warmtelevering [m3/uur]
Debiet koeling [m3/uur]
Benodigde doubletten
Westermarkt
914.000
914.000
660
610
11
Reitse campus
2.347.000
2.347.000
1.700
1.560
29
P&R (Middenbuurt)
336.000
336.000
230
180
4
Meerkoldreef
284.000
284.000
190
180
4
Torenbuurt
538.000
538.000
360
340
6
Koolenlaanbuurt
526.000
526.000
370
310
7
Abdijbuurt
914.000
914.000
640
550
11
Taxandriëbaan
612.000
612.000
410
330
7
Schipholkwartier
128.000
128.000
100
120
2
Subtotaal
6.599.000
6.599.000
4.660
4.180
81
Het Zand en de Reit minus 9 deelgebieden
14.814.000
14.814.000
11.740
9.900
196
Totaal
21.413.000
21.413.000
16.400
14.080
277
Bij het bepalen van de grondwaterzijdige vraag is uitgegaan van een bodemzijdige energiebalans per deelgebied, waardoor de waterverplaatsing voor verwarming en koeling steeds gelijk is.
Overigens geldt in elk van de deelgebieden dat de warmtevraag groter is dan de koudevraag, en dat er in de zomer dus additionele warmte in de bodem geladen moet worden om de bronnen in balans te houden. Omdat dit voor elk deelgebied geldt, is er op dat vlak geen voordeel te behalen uit het uitwisselen van warmte en/of koude tussen en eventueel het samentrekken van deelgebieden.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.3
Conclusie warmte- en koudevraag
Onderdeel van Bodemenergieplan Kenniskwartier