1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
de wet:
de Drank- en Horecawet;
horecabedrijf:
een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1, lid 1 van de wet;
inrichting:
hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, lid 1 van de wet;
lokaliteit;
hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, lid 1 van de wet;
verlofbedrijf:
een bedrijf waar bedrijfsmatig alcoholvrije drank wordt verstrekt;
verlofhouder:
degene op wiens naam het verlof is gesteld om het verlofbedrijf te mogen uitoefenen;
alcoholhoudende drank:
hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, lid 1 van de wet;
sterke drank:
hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, lid 1 van de wet;
zwakalcoholhoudende drank:
hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, lid 1 van de wet;
2. Artikel 1 van de Drank- en Horecawet is van overeenkomstige toepassing op de niet op die wet steunende bepalingen van deze verordening.