**1..** In aanvulling op artikel 1.1, tweede lid, van deze beleidsregels wordt deze paragraaf verstaan onder:
**a..** bijstand: algemene bijstand zoals bedoeld in artikel 5, onder b, van de PW;
**b..** BW: Burgerlijk Wetboek;
**c..** geldlening: een geldlening als bedoeld in artikel 50, tweede lid, van de PW;
**d..** krediethypotheek: een te vestigen zekerheidsrecht in de vorm van een hypotheek indien bijstand in de vorm van een geldlening wordt verleend;
**e..** pandrecht: het recht van pand op roerende zaken, bedoeld in artikel 3:227 BW;
**f..** registergoed: een goed als bedoeld in artikel 3:10 BW;
**g..** woning: het woonhuis, woonschip of de woonwagen welke door belanghebbende en zijn gezin wordt bewoond en waarvan hij eigenaar is.
**2..** De regels die in deze paragraaf zijn opgenomen over het vestigen van een hypotheek worden op vergelijkbare wijze toegepast ten aanzien van het vestigen van een pandrecht.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 4
Artikel 3.8
Aanvullende begripsbepalingen
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en aanverwante regelingen gemeente Voorst 2025