Naar hoofdinhoud
Het college verleent medewerking aan een aanvraag voor een omgevingsvergunning , voor een bijwoning met zelfstandige voorzieningen, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: de bijwoning met zelfstandige voorzieningen: wordt/is levensloopbestendig uitgevoerd; beschikt over minimaal één eigen parkeerplaats op het perceel. Deze parkeerplaats is aanvullend ten opzichte van de bestaande parkeerplaats(en) bij de hoofdwoning/bedrijfswoning; wordt ingepast binnen de bestaande, bouw- en afwijkingsmogelijkheden van het ter plekke geldende omgevingsplan, met een minimum van 30m2 en een maximum van 100m2; in afwijking van het bepaalde in artikel 5 onder a. sub 3. geldt dat, als in het landelijk gebied de bijwoning met zelfstandige voorzieningen niet past binnen het maximaal toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken, binnen de bouw- en afwijkingsmogelijkheden van het ter plekke geldende omgevingsplan, moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden; in zijn geheel of in delen verplaatsbaar; niet kleiner te zijn dan 30 m2; niet groter te zijn dan 100 m2; uitsluitend levensloopbestendig uitgevoerd; voor de maatvoering en bouweisen van deze bijwoning gelden de regels met betrekking tot een vergunningsvrije mantelzorgwoning uit het omgevingsplan gemeente Land van Cuijk. in afwijking van het bepaalde in artikel 5 onder a. sub 3. geldt dat, als in het stedelijk gebied de bijwoning met zelfstandige voorzieningen niet past binnen het maximaal toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken, binnen de bouw- en afwijkingsmogelijkheden van het ter plekke geldende omgevingsplan, moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden; de stedenbouwkundige structuur van de omgeving wordt in acht genomen; in zijn geheel of in delen verplaatsbaar; niet kleiner te zijn dan 30 m2; niet groter te zijn dan 100 m2. uitsluitend levensloopbestendig uitgevoerd. er moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie; er mag geen sprake zijn van een verstoring van de openbare orde, veiligheid of gezondheid, dan wel een verstoring van een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de vergunning betrekking heeft. Dit betekent ook dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; het (deel van het) gebouw waarvoor de omgevingsvergunning is aangevraagd voldoet aan overige geldende wet- en regelgeving; nadere eisen: burgemeester en wethouders zijn bevoegd om, met inachtneming van de regels en het bepaalde in artikel 4 en 5, nadere eisen te stellen aan: de bouw- en goothoogte van bouwwerken; de afmetingen van bouwwerken; de situering van bouwwerken; het aantal en de situering van parkeerplaatsen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel