Subsidieverlening kan naast de in de artikelen 4:25 en 4:35 Awb en de artikel 9 van de ASVT geregelde gevallen ook (al dan niet deels) geweigerd worden indien:
het evenement (indien van toepassing) niet in aanmerking komt voor een evenementenvergunning;
het een besloten evenement is (m.u.v. de studentenevenementen);
het evenement niet toegankelijk is voor mensen met een beperking;
het door het college vastgestelde subsidieplafond bereikt is;
er voor de editie van het evenement al een evenementensubsidie is toegekend vanuit deze regeling;
de kosten van de activiteiten in de aanvraag niet in verhouding staan tot het beoogde aantal bezoekers van het evenement;
de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;
in de begroting niet wordt aangegeven hoe hoog het eigen vermogen en/of de actuele liquiditeit is (m.u.v. het eigen vermogen bij de kleinschalige evenementen);
uit de financiële beoordeling blijkt dat het aangevraagde subsidiebedrag hoger is dan hetgeen noodzakelijk is voor de uitvoering van de activiteiten;
uit de financiële beoordeling blijkt dat de organisatie financieel ongezond is kijkend o.a. naar liquiditeit, solvabiliteit, exploitatieresultaat, ontwikkeling van deze ratio’s in de tijd en de uitleg door de subsidieaanvrager over de financiële gezondheid;
de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden kan beschikken om de kosten van zijn activiteiten te dekken;
bij een stadsbreed evenement het evenement onvoldoende onderscheidend is van de reguliere programmering van een podium of theater, of dat het evenement slechts op één binnen-locatie (podium of theater) plaatsvindt;
er naar het oordeel van het college al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet. Dit kan ook betekenen dat na weging van de aanvragen blijkt dat er voor vergelijkbare activiteiten subsidie is aangevraagd en het honoreren hiervan teveel van hetzelfde zou opleveren om in de vraag te voorzien.