Naar hoofdinhoud
De in artikel 2 genoemde subsidie bedraagt per wekelijks gegeven klokuur per schooljaar een bedrag dat overeenkomt met 60% van het bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde salaris voor een groepsleerkracht werkzaam aan scholen voor primair onderwijs, één en ander naar het maximum van schaal acht, niveau zeven. Het subsidiebedrag wordt naar boven afgerond op een hele gulden. Indien de in artikel 2 bedoelde instellingen het godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs gedurende een gedeelte van het jaar hebben verzorgd, wordt de subsidie naar evenredigheid berekend. De jaarlijkse subsidie is niet hoger dan het bedrag dat door een instelling voor het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs is uitgegeven in het schooljaar waarvoor de subsidie is aangevraagd. De in artikel 2 bedoelde subsidie wordt slechts verleend in de kosten van het godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk onderwijs gedurende 1 lesuur per week. Bij het verlenen van de subsidie komen alleen die lessen godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs in aanmerking, die in een schooljaar worden bezocht door een groep/klas, ook na vorming van een groep uit leerlingen van verschillende leerjaren van de school, bestaande uit gemiddeld tenminste tien kinderen. de berekening van het gemiddeld aantal leerlingen wordt als grondslag genomen het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het schooljaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, aan het godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs deelneemt. mogen de leerlingen, die wegens ziekte of om andere redenen verhinderd zijn de lessen bij te wonen, worden meegerekend, indien zij geacht kunnen worden regelmatig aan dit onderwijs deel te nemen. In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders afwijking van het in lid 6 van dit artikel bedoelde minimum aantal leerlingen toestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel