Voor het houden van een zitting, welke tot een rechtsgeldig advies
aan het bestuursorgaan kan leiden, is vereist dat de meerderheid van
het aantal leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of diens
plaatsvervanger aanwezig is.
Indien ter zitting tengevolge van onverwachte afwezigheid van
voorzitter of leden niet aan het in lid 1 vermelde vereiste kan
worden voldaan, staat, zolang de voorzitter ofwel een lid aanwezig
is, de mogelijkheid open tot het horen en het vervaardigen van een
hoorverslag [hoorzitting].
In de situatie, omschreven in lid 2, kan op de eerstvolgende zitting
van de betreffende kamer, waarop dan wel aan het in lid 1 vermelde
vereiste dient te zijn voldaan, na kennisname van het op de
hoorzitting verhandelde, een rechtsgeldig advies aan het
bestuursorgaan worden uitgebracht.