Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Zittingsduur

Onderdeel van Verordening inzake de behandeling van bezwaarschriften.

De voorzitter en de leden van de kamers worden in beginsel benoemd voor een periode van vier jaren en treden af volgens een door het college met betrekking tot de zittingsduur te hanteren roulatiesystematiek. De in lid 1 vermelde zittingstermijn laat onverlet de mogelijkheid tot eventuele tussentijdse schorsing en ontslag, zoals deze mogelijk zijn ingevolge artikel 3, lid 2 van deze verordening. De voorzitter en de leden van de kamers kunnen op elk moment ontslag nemen. De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de kamers blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel