De aanvraag voor een woonvoorziening als
bedoeld in dit hoofdstuk wordt geweigerd
indien:
De noodzaak tot het treffen van de
woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing
waartoe op grond van belemmeringen bij het normale
gebruik van de woning ten gevolg van ziekte of
gebrek geen aanleiding bestond en er geen andere
belangrijke reden aanwezig was.
De aanvrager niet is verhuisd naar de voor
zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare
meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren
schriftelijk toestemming is verleend door het
college.
Deze betrekking heeft op voorzieningen in
gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische
deuropeners, hellingbanen en extra
trapleuningen.
De woonvoorziening aangevraagd wordt op een
moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie
of woonsituatie te voorzien was dat deze
voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen
sprake is van een onverwacht optredende
noodzaak.
De aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat
wonen, verhuisd is vanuit of naar een woonruime
die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond
te worden, verhuisd is naar een AWBZ-instelling of
een andere instelling gericht op het verstrekken
van zorg, of er in de verlaten woonruimte geen
problemen met het normale gebruik van de woning
zijn ondervonden.
Hoofdstuk
Artikel 4.7
Beperkingen
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Dantumadiel