Naar hoofdinhoud

Artikel 5

belastingtarieven

Onderdeel van Verordening begrafenisrechten 2006

Voor het verkrijgen van het uitsluitend recht om voor een onbepaalde periode in een graf te doen begraven of in een daartoe bestemde ruimte urnen te doen plaatsen, wordt een recht van € 5.138,-- geheven; Voor het verkrijgen van het uitsluitend recht om gedurende een tijdvak van dertig jaar in een graf te doen begraven of in een daartoe bestemde ruimte urnen te doen plaatsen, wordt een recht van € 1.764,-- geheven. Voor het begraven van een alleenstaande of een ongehuwd kind van een ouderpaar kan het grafrecht voor een termijn van veertig jaar worden uitgegeven. Het hiervoor genoemde recht wordt dan met een derde verhoogd. Voor het verkrijgen van het uitsluitend recht om gedurende een tijdvak van twintig jaar op het eigen kindergedeelte, één kind tot een maximale leeftijd van twaalf jaar te doen begraven, wordt een recht geheven van 2/3 deel van het tarief voor de aankoop van een eigen graf. Wanneer in een graf minder dan drie lijken kunnen worden begraven of in een urnenruimte minder dan drie urnen kunnen worden geplaatst, wordt zoveel derde van het in het eerste lid genoemde recht geheven als er lijken in dat graf kunnen worden begraven, of urnen in die ruimte kunnen worden geplaatst. Bij elke verlenging, met een tijdvak van tien jaren, wordt per keer een recht geheven, gelijk een eénderde van het voor dat graf of die urnenruimte ingevolge de bovenstaande leden van dit artikel alsdan geldende tarief. Eerder dan bij het verstrijken van de tijdstermijn van dertig jaar kan genoemde verlenging met tien jaren plaatsvinden bij overlijden van de laatste ouder.

Rechtspraak bij dit artikel