Naar hoofdinhoud
1.. Als belanghebbende over één motorvoertuig beschikt of redelijkerwijs kan beschikken met een waarde tot maximaal de vrijlating zoals genoemd in artikel 12, lid 2, onder c, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 wordt dit als algemeen gebruikelijk beschouwd zoals bedoeld in artikel 34, lid 2, onder a, van de Pw. 2.. Indien de waarde van het motorvoertuig bedoeld in het eerste lid meer bedraagt dan de daar vermelde vrijlating, wordt de waarde boven het vrijlatingsbedrag in aanmerking genomen als vermogen. 3.. Als belanghebbende over meer dan één motorvoertuig beschikt of redelijkerwijs kan, wordt de vrijlating als bedoeld in het tweede lid toegepast op het motorvoertuig met de hoogste waarde. De waarde van de overige motorvoertuigen wordt volledig tot het vermogen van belanghebbende gerekend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel