In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. norm: het bedrag als bedoeld in artikel 21 van de wet;
b. woonkosten: 1. indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand
geldende
huurprijs als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag (wet van 24 april
1997, Stb. 1997, 197)
2. indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag
per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van
de woning verschuldigde netto hypotheekrente, de in verband met het
in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten (het
rioolrecht, het eigenaarsdeel van de onroerende zaakbelasting, de
opstalverzekering, het eigenaarsdeel van de waterschapslasten en de
erfpachtcanon) en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag aan
onderhoud;
c.
medebewoning: de situatie waarin naast belanghebbende(n) één of meer
anderen hun
hoofdverblijf in dezelfde woning hebben als de alleenstaande, de
alleenstaande ouder of gezin;
hoofdverblijf in dezelfde woning hebben als de alleenstaande, de
alleenstaande ouder of gehuwden;
d. beroepsmatige
verzorging: verzorging of verpleging in een inrichting als bedoeld
in de wet.
e. gezinsnorm: de bijstandsnorm voor een gezin zoals bedoeld in
artikel 21 van de wet
onder c van de wet;
f. schoolverlater: de persoon die bijstand aanvraagt, indien hij in
de zes maanden
voorafgaand aan de toekenning van de algemene bijstand recent de
deelname heeft beëindigd aan onderwijs of een beroepsopleiding,
waarvoor aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de Wet
studiefinanciering 2000 of op een tegemoetkoming in de
onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. Het aanmerken
als schoolverlater eindigt zes maanden na het beëindigen van
voornoemd onderwijs of beroepsopleiding.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 41
begripsomschrijvingen toeslagen en verlagingen
Onderdeel van Verordening Wet werk en bijstand