Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 43

Toeslagen

Onderdeel van Verordening Wet werk en bijstand

1. De norm voor de alleenstaande of alleenstaande ouder wordt verhoogd met een toeslag van 20% van de gezinsnorm indien in dezelfde woning geen anderen hun hoofdverblijf hebben. 2. De norm voor de alleenstaande of alleenstaande ouder wordt eveneens verhoogd met een toeslag van 20% van de gezinsnorm indien: a. Als gevolg van de medebewoning beroepsmatige verzorging volledig of in belangrijke mate achterwege blijft; b. Uitsluitend één of meer kinderen van 18 jaar of ouder, die gelet op artikel 4, tweede lid van de wet niet tot het gezin behoren, hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning. 3. De norm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder wordt verhoogd met een toeslag van 10% van de gezinsnorm indien er sprake is van medebewoning, anders dan genoemd in het tweede lid. 4. De norm wordt niet verhoogd met een toeslag, indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder is aan te merken als een schoolverlater. 5. De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande van 21 jaar in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft op nihil gesteld 6. De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande van 22 jaar in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft vastgesteld op 10% van de gezinsnorm

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel