1. De norm voor een gezin wordt indien sprake is van medebewoning
verlaagd met 10% van de gezinsnorm, tenzij:
a. Als gevolg van de medebewoning beroepsmatige verzorging volledig
of in belangrijke mate achterwege blijft;
b. Uitsluitend één of meer kinderen van 18 jaar of ouder, die gelet
op artikel 4, tweede lid van de wet niet tot het gezin behoren, hun
hoofdverblijf hebben in de dezelfde woning.
2. De norm voor een gezin wordt verlaagd met 10% van de gezinsnorm
indien één van
de gezinsleden als schoolverlater is aan te merken.
3. De norm voor een gezin wordt verlaagd met 20% van de gezinsnorm
indien twee of meer gezinsleden als schoolverlaters zijn aan te
merken.