1. Ondersteuning kan worden geboden door het aanbieden van een
traject, waarbij zonodig re-integratie-instrumenten kunnen worden
ingezet.
2. Bij de inzet van re-integratie-instrumenten wordt gekozen voor
dat instrument dat beschikbaar is en dat adequaat en toereikend is
voor het doel dat beoogd wordt.
3. Re-integratie-instrumenten die gericht zijn op de
arbeidsinschakeling worden alleen ingezet als zonder die inzet het
vinden van algemeen geaccepteerde arbeid niet mogelijk is.
4. Het college weigert de inzet van een voorziening indien de
persoon uit de doelgroep
aanspraak kan maken of beroep kan doen op een voorziening buiten de
wet om die naar
het oordeel van het college in voldoende mate bijdraagt aan de
arbeidsinschakeling.
5. Het besluit van het college een voorziening aan te bieden dan wel
een voorziening te
weigeren wordt vastgelegd in een beschikking.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 5
Inzet van de ondersteuning
Onderdeel van Verordening Wet werk en bijstand