**1..** Op grond van artikel 10, lid 1 en 3, van de verordening is het college bevoegd clusterplaatsen voor inzamelmiddelen en locaties voor (ondergrondse) inzamelvoorzieningen in de openbare ruimte aan te wijzen.
**2..** Het aanwijzen van clusterplaatsen is in sommige situaties nodig, waar vanwege de omvang van het inzamelvoertuig het manoeuvreren in bepaalde delen (bijvoorbeeld hofjes, doodlopende straten of straten met beperkte rijbaanbreedte en krappe bochten) binnen de gemeente Horst aan de Maas ernstig belemmerd wordt. Hierbij komt de verkeersveiligheid voor met name voetgangers, fietsers en spelende kinderen in het gedrang. Om de keuzes voor het aanwijzen van locaties voor clusterplaatsen en centrale locaties voor inzamelvoorzieningen transparant, toetsbaar en verdedigbaar te maken naar belanghebbenden, gelden de volgende criteria en overwegingen:
Een (maximale) loopafstand tussen de perceelgrens van een woning en de aangewezen clusterplaats van in beginsel 75 meter en bij uitzondering 150 meter. Als dat noodzakelijk is kan het college deze afstand per geval verlengen. De afstand wordt gerekend vanaf de perceelgrens van de woning tot aan de buitenrand van de clusterplaats;
De clusterplaats voor inzamelmiddelen of de locatie voor een inzamelvoorziening wordt zodanig gesitueerd dat het voor alle bewoners die hiervan gebruik moeten maken en voor het inzamelvoertuig goed bereikbaar is;
De clusterplaats voor inzamelmiddelen of de locatie voor een inzamelvoorziening wordt zodanig gesitueerd dat zoveel mogelijk voorkomen wordt dat het ten koste gaat van parkeerruimte;
De clusterplaats voor inzamelmiddelen of de locatie voor een inzamelvoorziening wordt zodanig gesitueerd dat zoveel mogelijk voorkomen wordt dat situering ten koste gaat van aangeplant groen;
Een clusterplaats voor inzamelmiddelen of een locatie voor een inzamelvoorziening wordt bij voorkeur aangewezen en ingericht in het openbaar gebied;
Een clusterplaats voor inzamelmiddelen of een locatie voor een inzamelvoorziening kan niet aangewezen worden op een locatie waar obstakels de plaatsing van inzamelmiddelen, het gebruik van de clusterplaats of de inzamelvoorziening of het beladen van het inzamelvoertuig belemmeren;
Het gebruik van de clusterplaats of inzamelvoorziening mag geen gevaarlijke situaties opleveren voor de aanbieders van het afval of het personeel van het inzamelvoertuig;
Een clusterplaats en het gebruik daarvan mag minimaal overlast veroorzaken voor de directe omgeving.
**3..** Aanwijzing van clusterplaatsen voor inzamelmiddelen en locaties voor (ondergrondse) inzamelvoorzieningen in de openbare ruimte door het college vindt plaats in een separaat besluit.
Artikel 9.
Beleidsregels voor het aanwijzen van clusterplaatsen voor inzamelmiddelen en locaties voor inzamelvoorzieningen
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Horst aan de Maas 2025