Naar hoofdinhoud
1. De beoordelaar, bedoeld in artikel 12 eerste lid, beoordeelt en rangschikt: a. Inleiding: mate waarin duidelijk toegelicht wordt wie de aanvrager is en waarom de aanvrager het project wil doen; b. Doelgroep: mate waarin er een concrete doelgroep is geformuleerd en locaties ter uitvoering van de activiteiten zijn gekozen; c. Doelen: mate waarin de doelen concreet en meetbaar zijn en er is gekozen voor extra doelen bovenop de minimaal gewenste doelen van het gekozen project; d. Aanpak: mate waarin wordt toegelicht en onderbouwd hoe het project wordt aangepakt en hoe het project circulair leuker, makkelijker of aantrekkelijker maakt; e. Communicatie: mate waarin de communicatieboodschap, inhoud van de communicatie en gekozen communicatiemiddelen bijdragen aan de doelen, handelingsperspectief bieden en een positieve insteek hebben; f. Organisatie: mate waarin duidelijk is wie welke rol heeft en wat de bijhorende, organisatie- of uitvoeringstaken zijn; g. Planning: mate waarin de planning een duidelijk overzicht biedt van de uitvoering van de subsidiabele activiteiten; h. Begroting: mate waarin de (ingeschatte) begroting en eventueel betaalde inzet van werkuren realistisch en in proportie is; i. Bewijsvoering: de af- of aanwezigheid van duidelijkheid over hoe de aanvrager na uitvoering van de subsidiabele activiteiten gaat bewijzen dat de activiteiten zijn uitgevoerd en welke kosten daarvoor zijn gemaakt. 2. Aanvragen boven €1.000 worden daarnaast ook beoordeeld op de onderdelen: a. Inzet op blijvende impact: kwaliteit van onderbouwing over of het mogelijk is om op het project voort te bouwen in de toekomst of hoe dat zal worden gedaan. b. Duurzaamheid: mate waarin er wordt gezorgd voor een duurzame vormgeving van het project. 3. De beoordelingscriteria, bedoeld in het eerste en tweede lid, en de wijze van beoordeling zijn nader uitgewerkt en toegelicht in bijlage I voor aanvragen tot € 1.000,- en bijlage II voor aanvragen boven € 1.000,-.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel