**1..** Een reiskostenvergoeding voor gemaakte of te maken reiskosten kan worden verstrekt aan:
belanghebbenden die een uitkering ontvangen en een traject volgen of;
niet- uitkeringsgerechtigden die op grond van de Participatiewet, IOAW en IOAZ-ondersteuning van de gemeente ontvangen gericht op arbeidsinschakeling of inburgeringsplichtig zijn volgens de Wet inburgering 2021 (WI 2021).
**2..** Bij de beoordeling van de vergoeding moet het gaan om niet-incidentele periodieke reiskosten in verband met activiteiten binnen een traject. Als uitgangspunt wordt genomen: minimaal twee keer per maand naar de werkplek.
**3..** Belanghebbende komt alleen voor reiskostenvergoeding in aanmerking, wanneer er geen beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening, of wanneer deze voorziening niet toereikend is.
**4..** Als een reisafstand met de fiets minder dan 7 kilometer bedraagt, dan worden er in beginsel geen reiskosten vergoed. Voor de reisafstand wordt uitgegaan van de kortste route per fiets overeenkomstig de ANWB-routeplanner. Bij een reisafstand van minder dan 7 kilometer wordt het redelijk geacht dat de belanghebbende met de fiets of lopend naar de te bezoeken locatie kan gaan, tenzij:
belanghebbende om dringende (medische) redenen niet in staat is om te fietsen of te lopen; of
belanghebbende niet kan fietsen, ontvangt deze een reiskostenvergoeding totdat de aangeboden fietscursus is afgerond. Na het afronden van de cursus wordt de belanghebbende geacht te kunnen fietsen en is het de bedoeling dat gebruik wordt gemaakt van de fiets als vervoersmiddel.
**5..** Belanghebbende, die niet over een fiets beschikt en een reisafstand heeft van minder dan 7 kilometer, kan mogelijk in aanmerking komen voor een weesfiets.
**6..** Er kan met maximaal twee maanden terugwerkende kracht worden vergoed, te rekenen vanaf datum aanvraag.