Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Mandaat, volmacht en machtiging

Onderdeel van Mandaatbesluit boedelbeheer Amsterdam

1.. Aan de directeur van Oomen Verhuizers B.V. wordt een machtiging verleend voor het verrichten van feitelijke handelingen die verband houden met het meevoeren en opslaan van de inboedel na een woningontruiming als bedoeld in artikel 556, derde lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het opmaken van een proces-verbaal. 2.. De aan het college van burgemeester en wethouders toekomende bevoegdheid om te beslissen over de overdracht aan de kringloop van meegevoerde en opgeslagen zaken die zich in de ontruimde woning bevonden op grond van artikel 556, derde lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 5:30 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede de bevoegdheid de zaak om niet aan een derde in eigendom over te dragen of laten vernietigen, wordt gemandateerd aan de directeur van Oomen Verhuizers B.V. 3.. Aan de directeur van Oomen Verhuizers B.V. wordt volmacht verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen die verband houden met de overdracht aan de kringloop van de meegevoerde en opgeslagen zaken of de eigendomsoverdracht om niet. 4.. Het mandaat, volmacht of machtiging tot uitoefening van een bevoegdheid heeft mede betrekking op alle handelingen die binnen het kader van de uitoefening van de bevoegdheid moeten worden verricht, zoals het voeren van correspondentie, het verzoeken om (aanvullende) informatie, het vragen om of geven van advies, het verstrekken van inlichtingen en het voldoen aan publicatieverplichtingen. 5.. De directeur van Oomen Verhuizers B.V. kan met betrekking tot de bevoegdheden in het eerste lid, tweede lid en derde lid een ondermaat, ondermachtiging of ondervolmacht verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel