1. Aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor inwerkingtreding
van deze verordening, worden afgehandeld volgens de op dat moment
geldende regeling.
2. Aanvragen, waarop met ingang van de in artikel 15, tweede lid,
bedoelde datum nog niet is beslist, worden met ingang van die datum
geacht aanvragen te zijn op grond van deze verordening, behoudens
aanvragen voor archeologisch onderzoek, waarop niet meer wordt
beschikt.