Naar hoofdinhoud
In deze beleidsregel wordt verstaan onder: Buitengebied: de begrenzing van het bestemmingsplan Buitengebied. Zie de plangrenzen op www.omgevingswet.overheid.nl via regels op de kaart of een afbeelding daarvan in bijlage 1; Bestemmingsplan “Buitengebied”: het tijdelijk Omgevingsplan’, deel bestemmingsplan “Buitengebied”; Boerderijpand(en)(voormalige): het gebouw behorende tot het voormalige agrarische bedrijf, waarin oorspronkelijk het woongedeelte en het bedrijfsgedeelte was ondergebracht en dat oorspronkelijk als het hoofdgebouw van het agrarisch bedrijf is gebouwd; College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aa en Hunze; Erf: Al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover het (tijdelijke) omgevingsplan, deze die inrichting niet verbieden; Erfinrichtingsplan: een plan waarin inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze een ontwikkeling wordt ingepast op het betreffende perceel en in relatie tot de omgeving; Gebruiksoppervlakte (GO): volgens NEN 2580: de vloeroppervlakte van een ruimte of van een groep van ruimten, gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen; Hoofdgebouw: een gebouw, dat gelet op de bestemming, als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; Huishouden: een zelfstandig(e) dan wel samenwonend persoon of groep van personen die binnen een complex van ruimten gebruik maken van dezelfde voorzieningen zoals een keuken, sanitaire voorzieningen en de entree; Woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; Woonhuis: een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; Woningsplitsing: het bouwkundig en/of functioneel splitsen van één woning in twee of meer woningen; Zelfstandige woonruimte: een woonruimte welke een eigen toegang heeft en welke door één huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.

Rechtspraak bij dit artikel