Het college kan een omgevingsvergunning voor woningsplitsing verlenen als blijkt dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (in het vervolg: ETFAL) en onder de navolgende voorwaarden:
het te splitsen woonhuis is in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, onderdeel bestemmingsplan “Buitengebied (2016)” - en partiële herzieningen en wijzigingsplannen op het bestemmingsplan “Buitengebied” - bestemd als - ‘Wonen’ of ‘Wonen – Voormalige boerderijpanden’;
het te splitsen woonhuis als bedoeld onder 1 dient het bestaande hoofdgebouw te zijn, dan wel het hoofdgebouw dat op grond van de bouwregels nog kan worden uitgebreid;
na splitsing bestaat iedere woning uit een zelfstandige woonruimte;
na splitsing mogen er maximaal 6 woningen ontstaan;
na splitsing heeft iedere woning afzonderlijk een bebouwd gebruiksoppervlakte van ten minste 75 m²;
parkeren dient op eigen erf plaats te vinden en per woning dienen minimaal 2 parkeerplaatsen aanwezig te zijn;
extra inritten moeten vermeden worden. De bestaande inrit als uitgangspunt hanteren (en op het erf nader inrichten);
voor de ontwikkeling dient een erfinrichtingsplan (schaal 1:500) opgesteld te worden, waarin door een initiatiefnemer duidelijk gemaakt wordt dat de nieuwe woningen, passen in de landschappelijke en stedenbouwkundige structuur.
Een erfinrichtingsplan moet bestaan uit een tweetal delen (beide schaal 1:500) met daarop weergegeven:
de bestaande situatie van /op het perceel weergegeven en;
de nieuwe (totaal) situatie van/op het perceel.
Op beide erfinrichtingsplannen dient duidelijk in beeld te worden gebracht:
waar grenzen liggen van tuin/erf behorende bij het hoofdgebouw en waar/ welke (grenzen van) tuinen/erven in de nieuwe situatie komen te liggen;
waar de bestaande inrit en/of nieuwe inrit komt;
waar en hoeveel bijgebouwen er nu staan en/of komen (met daarbij erop aangegeven de betreffende oppervlakte);
waar welke erfverharding nu ligt en waar (en wat voor soort) erfverharding in de nieuwe situatie komt;
waar welke pareerplaatsen er nu zijn en waar (en hoeveel) parkeerplaatsen er in de nieuwe situatie komen;
waar welke soort erfbeplanting op het perceel nu aanwezig is en waar welke erfbeplanting er in de nieuwe situatie komt;
de woningsplitsing draagt bij aan het behoud of het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, de landschappelijke kwaliteit, de stedenbouwkundige kwaliteit en de cultuurhistorische waarden van het buitengebied;
De gebiedseigen karakteristieken en de karakteristieke hoofdvorm van de oorspronkelijke boerderij of woning blijft na splitsing gehandhaafd en eventuele nieuwe aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en dienen te voldoen aan de geldende Nota Welstandsbeleid Aa en Hunze (en/of opvolgers daarvan).
Specifieke criteria bij splitsing van de in het tijdelijk Omgevingsplan aangeduide ‘karakteristieke’ panden zijn:
De oorspronkelijke hoofdvorm en detaillering moeten behouden blijven.
Het gebruik van authentieke materialen en kleuren wordt gestimuleerd.
Nieuwe erfafscheidingen en bebouwing moeten aansluiten bij het historische karakter van het pand en erf.
er mag geen sprake zijn van onevenredige schade voor de nabijgelegen functies, in die zin dat die functies in hun gebruiks- of ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt;
de toevoeging van extra woningen past qua behoefte binnen de gemeentelijke Woonvisie2020+ en/of een opvolger daarvan;
voor de maximaal toegestane gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen bij woonhuizen wordt getoetst aan de regels uit het geldende omgevingsplan.
Artikel 3
Toetsingsvoorwaarden
Onderdeel van Beleidsregel ‘Woningsplitsing in buitengebied, gemeente Aa en Hunze’