De sluiting van een gebouw en/of van een bij dat gebouw behorend erf is een objectgerichte en geen persoonsgericht maatregel, waardoor sprake is van een "erfelijke belasting". Doel van de sluiting is immers het herstel van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid door (de gevaren die samenhangen met) criminaliteit in en vanuit voor publiek openstaande gebouwen te weren, alsmede het beëindigen van aanhoudende en ontoelaatbare overlast samenhangend met de locatie en het gebouw die niet met andere middelen afdoende kan worden bestreden. Met de sluiting wordt tevens beoogd de loop naar het gebouw voor het (faciliteren van) criminele activiteiten en ontoelaatbare overlast eruit te halen.
Zonder erfelijke belasting zou dit doel niet bereikt kunnen worden. Dit betekent bijvoorbeeld dat wanneer een gebouw waarin een ondernemer is gevestigd is gesloten en het gebouw door de ondernemer wordt verkocht, de sluiting eveneens zal gelden voor de nieuwe ondernemer. Een sluiting kan ook niet worden voorkomen of opgeheven door bijvoorbeeld het bedrijf te verkopen of in de Kamer van Koophandel over te schrijven. Om die reden worden sluitingen ook vermeld in het WKBP zodat deze beperking voor eenieder kenbaar is. Het besluit tot sluiting van een woning of lokaal op grond van artikel 2:41a APV wordt (naar analogie met de registratieplicht bij een sluiting op grond van artikel 174 Gemeentewet) geregistreerd en gepubliceerd in de zin van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (WKPB). Het WKPB-register houdt deze publiekrechtelijke beperking betreffende de onroerende zaak bij. Zo is de sluiting voor eenieder kenbaar. Indien de sluiting wordt opgeheven, wordt dit ook aangepast in het WKPB-register.
Artikel 10.
Zaaksgebonden werking
Onderdeel van Beleidsregel sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen Westerkwartier 2025