Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Relatie met andere bevoegdheden tot sluiting

Onderdeel van Beleidsregel sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen Westerkwartier 2025

In situaties van een ordeverstoring, die concreet voorzienbaar is en een acute dreiging vormt voor de ordelijke gang van zaken, biedt de Gemeentewet (artikel 174, lid 2) uitkomst. Sluiting op grond van de Gemeentewet kan echter slechts voor een beperkte periode en bij (een dreiging van) ernstige verstoring van de openbare orde. De gemeenteraad heeft de burgemeester met artikel 2:80 van de APV een meer specifieke bevoegdheid willen geven, mede in het kader van de aanpak van ondermijnende criminaliteit, voor situaties die hij in zijn gemeente ontoelaatbaar acht, maar waarbij niet noodzakelijkerwijs sprake is van een acute en concrete dreiging. In artikel 174, lid 2 van de Gemeentewet wordt aan de burgemeester een bevelsbevoegdheid verleend om op te treden ter (onmiddellijke) handhaving van de openbare orde. Artikel 2:80 van de APV, in combinatie met dit beleid, biedt de ruimte om ook in minder acute situaties op te kunnen treden. De specifieke omstandigheden waaronder deze bevoegdheid wordt toegepast, worden hieronder nader toegelicht. In de gevallen waarin dit APV-artikel niet voorziet, maar er sprake is van acute en concrete dreiging voor de openbare veiligheid en gezondheid waarbij onverwijld ingrijpen geboden is, kan de burgemeester altijd gebruik maken van artikel 174, lid 2 van de Gemeentewet. Sluiting op grond van artikel 2:80 van de APV zal volgens het tweede lid niet worden toegepast als sluiting op basis van artikel 2:30,eerste lid van de APV of artikel 13b van de Opiumwet mogelijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel