**1..** In de gebieden die zijn aangemerkt als ‘potentiële blauwe zone-gebieden’ zoals opgenomen in de ‘Parkeernota Visie- en Ambitie-document’ (Heerlen, 22 maart 2016) én in bijlage 1 behorende bij deze beleidsregels, kan overgegaan worden tot invoering van een blauwe zone overeenkomstig de werkwijze rondom de aanpak van parkeerproblematiek in woonwijken zoals uiteengezet in de ‘Kader-stelling parkeeraanpak’ en de ‘Menukaart Parkeeroplossingen’.
**2..** De invoering van een blauwe zone geschiedt op basis van een voorwaardelijk positief besluit van het college van burgemeester en wethouders. De invoering vindt uitsluitend plaats indien uit de bewonersraadpleging niet blijkt dat een meerderheid zich tegen de invoering verzet.
**3..** De bewonersraadpleging wordt uitgevoerd middels een enquête, waarin inwoners binnen het betreffende gebied de mogelijkheid hebben hun bezwaar tegen invoering van de blauwe zone kenbaar te maken.
**4..** De invoering van de blauwe zone is het uitgangspunt, tenzij uit de enquete blijkt dat:
de respons ten minste 40% bedraagt, én
minimaal 60% van de respondenten tegen invoering stemt.
**5..** Het enquêtegebied wordt gedefinieerd als logisch aaneengesloten compartimenten of sectoren binnen het aangewezen potentieel blauwe zonegebied
**6..** Bewoners binnen het betrokken gebied krijgen eens per drie jaar de mogelijkheid zich via een enquête uit te spreken over de even-tuele invoering van een blauwe zone
Artikel 2
— Proces voor de invoering van blauwe zones binnen aangewezen potentiële blauwe zonegebieden
Onderdeel van Beleidsregel invoering en ontheffingen blauwe zone