Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Einde van het lidmaatschap

Onderdeel van Verordening inzake de behandeling van bezwaarschriften bij de raad

De raad ontslaat of schorst de voorzitter. Het lidmaatschap van de voorzitter eindigt: op eigen verzoek; bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de commissie; wanneer hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld; na het aflopen van de benoemingsperiode. De voorzitter kan door de raad worden ontslagen wanneer hij door ziekte of andere gebreken blijvend ongeschikt is om zijn functie naar behoren te vervullen.

Rechtspraak bij dit artikel