De provincie-brede ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond op een locatie/gebied die onderdeel uitmaakt van de provincie-brede bodemkwaliteitskaart. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond. Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt dat de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. Deze informatie moet worden getoetst aan de criteria in hoofdstuk 4.
De ontgravingskwaliteit is net als de bodemkwaliteitsklasse gebaseerd op het gemiddelde gehalte van een bodemkwaliteitszone (zie bijlage 4A en bijlage 4B, kolom 'Gem') en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling 2022 en de normen uit het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de ontgravingsklasse Landbouw/natuur, Wonen, Industrie, Matig verontreinigd of Sterk verontreinigd. Om het standstill-principe voor de bodemkwaliteit op gebiedsniveau te kunnen waarborgen, is de toetsing voor de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ voor het bepalen van de ontgravingskwaliteit strenger dan voor het bepalen van de bodemkwaliteit (zie ook § 3.6). De toetsingsmethodiek is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart op basis van algemene regels’, ter vergelijking zie ook het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’.
In tabel 3.2 is de te verwachten ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone aangegeven. De ontgravingskaart per bodemlaag is opgenomen in de kaartbijlagen 3. De kleuren in tabel 3.2 komen overeen met de gebruikte kleuren op de kaartbijlagen.
Om de ontgravingskaarten te kunnen gebruiken voor het (indicatief) vaststellen van een veiligheidsklasse bij graafwerkzaamheden is in bijlage 4C een overzicht opgenomen van de statistische parameters voor zware metalen PCB, PAK en minerale olie die zijn gebaseerd op de gemeten gehalten in de dataset van de provincie-brede bodemkwaliteitskaart.
Tabel 3.2 Verwachte ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone
Codering ‘B’: Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte.
Codering ‘T’: Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1 meter diepte.
Codering ‘O’: Bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2 meter diepte.
B. PFAS bovengrond: gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde.
T. PFAS tussenlaag: gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde.
In de bodemlagen 0-0,5 m-mv en 0,5-1 m-mv zijn de gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen lager dan de landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens/detectiegrens. Dit leidt niet tot beperkingen bij het toepassen van grond.
Betreft de bodemlaag 0-0,3 m-mv. De bodemlaag 0,3-0,5 m-mv valt in het omliggende deelgebied: bodemkwaliteitszone B1.
De bodemlaag dieper dan 1 meter is niet verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.7
Artikel 3.7.3
PROVINCIE-BREDE ONTGRAVINGSKAART OP BASIS VAN ALGEMENE REGELS
Onderdeel van Bodemkwaliteitskaart 2024