Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3.

Artikel 2.3.1.

Waar lopen we tegenaan

Onderdeel van Beleidsplan kapaanvragen Blaricum

Integraliteit Bij de aanvraag van een vergunning zou gelijk ook gekeken moeten worden naar de benodigde andere vergunningen. Een veelgebruikt voorbeeld: bij een aanvraag bouwvergunning voor een garage kijk je gelijk of ook een uitritvergunning nodig is, of een kapvergunning voor de boom die op de plek van de garage en/of de uitrit staat. Dit loopt nog niet altijd goed, bijvoorbeeld omdat niet alle vergunningen tegelijkertijd worden aangevraagd. Dit speelt ook bij een vergunningaanvraag voor bouwen op de bestemming bouwvlak. Door de vaststelling van het bestemmingsplan is al aangegeven dat hier gebouwd mag worden. Toch kan ook een kapaanvraag nodig zijn. Het gaat daarbij niet alleen om bomen die in de weg staan, maar ook om mogelijke indirecte schade. Zoals beschadiging van het wortelpakket door graafwerkzaamheden of door (tijdelijke) verlaging/verhoging van de grondwaterspiegel. Ook het veroorzaken van schade aan een boom valt onder de kapvergunningplicht. Soms kan dit door een kleine wijziging in het bouwplan of van het bouwvlak worden voorkomen. Daarvoor is het wel noodzakelijk dat de afdeling vergunningen dit in een vroeg stadium aankaart. Als er geen redelijke oplossing mogelijk is wordt de kapvergunning verleend, al dan niet met herplantplicht. Bezwaren Aanvragers van een kapvergunning maken regelmatig bezwaar tegen het weigeren van de vergunning. Door het ontbreken van een helder en eenduidig toetsingskader is het lastig de weigering goed te onderbouwen, met name waar het gaat om individueel belang versus algemeen belang. Daardoor is er ruimte voor discussie / onenigheid tussen de verschillende afdelingen onderling of tussen de BEL en de bezwaarmaker. Doel: efficiënte en integrale werkwijze

Rechtspraak bij dit artikel