Naar hoofdinhoud
1.. Alle begrippen in deze beleidsregels die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet (Pw), Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2.. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: de wet: Participatiewet; huishouden: gehuwden, geregistreerd partnerschap en samenwonenden die volgens de Wet op de Inkomstenbelasting en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) als fiscaal partner en toeslagenpartner worden aangemerkt en waarvan: een van de partners een inkomen heeft en de andere partner geen of slechts een heel laag inkomen heeft; de minstverdienende partner geboren is na 1962 die vanwege de afbouw van de algemene heffingskorting minstverdienende partner niet in aanmerking komt voor de algemene heffingskorting minstverdienende partner; c. toeslagenjaar: het kalenderjaar waarin de aanvrager recht heeft op huur-, zorg- en/of kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst/Toeslagen; d. toetsingsinkomen: bij een aangifte Inkomstenbelasting met definitieve vaststelling door de Belastingdienst, is het toetsingsinkomen gelijk aan het verzamelinkomen uit de definitieve aanslag Inkomstenbelasting, Belastingdienst is, of er is geen aangifte Inkomstenbelasting gedaan, is het toetsingsinkomen gelijk aan het belastbare loon volgens de jaaropgaven en/of inkomensspecificaties. e. belastbaar loon: hieronder wordt ook verstaan: ‘bedrag of loon voor de loonheffingen (LH of LB)’, of ‘fiscaal loon’.

Rechtspraak bij dit artikel