1. Het college informeert de raad, door middel van tussentijdse rapportages, ten minste twee maal per jaar over de realisatie en afwijkingen van de begroting en doet zonodig voorstellen ter actualisering van de begroting.
2. De inrichting van de tussentijdse rapportage sluit aan bij de programma-indeling van de begroting.