Dit Damoclesbeleid heeft in de eerste plaats betrekking op de bevoegdheid van de burgemeester om over te gaan tot het treffen van een bestuurlijke maatregel ter zake van woningen of lokalen of daarbij behorende erven, als sprake is van strafbare voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en/of productie van drugs. Voorwaarde voor het bestaan van de bevoegdheid is dat in de woning, het lokaal of op een daarbij behorend erf een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a van de Opiumwet voorhanden is.
De Opiumwet bevat geen nadere invulling van de kwalificatie van voorbereidingshandelingen. Het moet gaan om het aantreffen van voorwerpen of stoffen die het ernstige vermoeden rechtvaardigen dat deze bestemd zijn voor onder andere het bereiden, bewerken of vervaardigen van harddrugs waaronder bepaalde apparatuur (tableteermachine, pillenmal, IBC-vaten, vergruizer, etc. ), chemicaliën (apaan, zoutzuur) en/of versnijdingsmiddelen, respectievelijk voor grootschalige of bedrijfsmatige illegale hennepteelt. De aangetroffen situatie, voorwerpen en/of stoffen moeten van dien aard zijn dat redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de voorhanden voorwerpen gebruikt zullen worden om strafbare voorbereidingshandelingen te plegen. Dit vergt een deskundige vaststelling en kan onder andere blijken uit de aard en hoeveelheid van de aangetroffen voorwerpen of stoffen, de onderlinge combinatie en/of andere gebleken feiten en omstandigheden, zoals resultaten van tapgesprekken of observaties.6 Kamerstukken II 2016–2017, 34 763, nr. 3, p. 4.
Ingeval van voorbereidingshandelingen in de sfeer van hennepteelt geldt als extra eis dat sprake moet zijn van beroeps- of bedrijfsmatige, dan wel grootschalige hennepteelt. Bij de beoordeling of hiervan sprake is wordt de ‘Aanwijzing Opiumwet’ (onder andere paragraaf 3.2.1. en 3.3 en Bijlage 1) respectievelijk (artikel 1, tweede lid, van) het Opiumbesluit betrokken. Aan de hand van het beoogde aantal planten, de mate van de professionaliteit afgeleid uit de in de betreffende Bijlage 1 van de Aanwijzing genoemde indicatoren, en het doel van de teelt, kan worden bepaald of sprake is van beroeps- of bedrijfsmatige, dan wel grootschalige hennepteelt.
Tegen vorenstaande achtergrond zijn voorwerpen waarvan in ieder geval, maar niet uitsluitend, aannemelijk is dat deze deel uitmaken van strafbare voorbereidingshandelingen op grond van dit Damoclesbeleid:
alle voorwerpen op de hennepruimlijst van de politie: armaturen, transformatoren, assimilatielampen, elektriciteitssnoeren, schakelborden, tijdschakelaars, slakkenhuizen, koolstoffilters, luchtafzuigers, kachels, vijverfolie, groeimiddelen, groeitenten, dompelpompen, luchtbevochtigers, hygro-ph/ec thermometers, ventilatoren en droogrekken;
potgrond of stekblokken;
cannacutters of scharen;
gripzakken- of zakjes;
pre-(pre)cusoren;
tableteermachines, mallen, vergruizers, centrifugeermachines, andere apparatuur geschikt voor de productie van synthetische drugs;
IBC- en andere vaten.
Onvoldoende om als voorbereidingshandeling te kwalificeren is het enkel aantreffen van vervoermiddelen, gelden of andere betaalmiddelen.
Uit de rechtspraak volgt dat het voor de uitoefening van de bevoegdheid van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Opiumwet, niet nodig is dat alle aangetroffen stoffen en voorwerpen tegelijk geschikt zijn voor het opzetten van een drugsproductiepunt. Ook als slechts een deel van de voorwerpen voorhanden is die nodig zijn voor de productie van drugs, kan de burgemeester bevoegd zijn handhavend op te treden, mits de voorhanden voorwerpen daartoe bestemd zijn.7ABRvS 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:617.
Voorts is voor het bestaan van de bevoegdheid niet vereist dat de betrokkene zelf wetenschap dan wel een ernstig vermoeden behoeft te hebben dat de aanwezige stoffen of voorwerpen bestemd zijn voor het bereiden van drugs.8ABRvS 31 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2523. De burgemeester is bevoegd indien hij/zij op basis van de feitelijke situatie voldoende aannemelijk maakt dat voorwerpen aanwezig waren waarvan kan worden geweten of ernstig worden vermoed dat deze bestemd waren voor – kort gezegd – het bereiden van drugs.
NB. Of de betrokkene wetenschap had en of deze verwijtbaar heeft gehandeld, kan wel relevant zijn bij de vraag of de burgemeester van zijn sluitingsbevoegdheid gebruik mocht maken.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1.
Artikel 2.1.2
Voorbereidingshandelingen
Onderdeel van Beleidsregels Damoclesbeleid gemeente Duiven 2025