Bij al dan niet voor publiek toegankelijke lokalen geldt het wettelijk uitgangspunt van eerst waarschuwen, althans het treffen van minder ingrijpende maatregelen, in beginsel niet. Ook als een woning niet feitelijk wordt bewoond, geldt het bovenstaande uitgangspunt in beginsel niet. Dit, omdat het in artikel 10 van de Grondwet en artikel 8 van het EVRM neergelegde recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer dan niet aan de orde is. Daarom wordt in dit Damoclesbeleid bij niet-bewoonde woningen als uitgangspunt hetzelfde regime toegepast als op lokalen.
Of een pand als woning of lokaal in gebruik is, wordt per geval beoordeeld aan de hand van alle relevante feiten en omstandigheden. Dat sprake is van een woning wordt in beginsel aangenomen als een pand ten tijde van de constatering van de overtreding kan worden aangemerkt als de plaats waar een persoon zijn private huishoudelijke leven leidt. Dit wordt niet zonder meer bepaald door uiterlijke kenmerken, zoals de bouw of aanwezigheid van een bed en andere huisraad, maar ook door de daadwerkelijk, feitelijk daaraan gegeven bestemming. Een persoon die incidenteel overnacht in een pand, wordt nog niet aangemerkt als bewoner en het betreffende pand is daarmee ook geen woning. Een inschrijving in de BRP kan een indicatie zijn voor bewoning, maar is niet doorslaggevend. Soms kan er sprake zijn van schijnbewoning, bijvoorbeeld als bewoning wordt gesimuleerd door het plaatsen van schaars meubilair of kleding. Gebruik voor woondoeleinden met een meer dan incidenteel karakter is dan niet aannemelijk, zodat in deze gevallen niet wordt aangenomen dat sprake is van een woning.24O.a. ABRvS 6 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1447.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.4
Artikel 3.4.2
Lokalen
Onderdeel van Beleidsregels Damoclesbeleid gemeente Duiven 2025