Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1.2.

Artikel 3.1.2.1.

Voorschoolse educatie (VVE) en Peuteropvang

Onderdeel van Subsidieregels Gemeente Oosterhout 2026

a) Doelstellingen Door middel van subsidieverstrekking te zorgen voor: het stimuleren van deelname van peuters aan reguliere peuteropvang; toereikend en kwalitatief aanbod van Voorschoolse educatie voor de stimulering van de ontwikkeling van peuters als voorbereiding op de basisschool; voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden en laaggeletterdheid; het bevorderen van integratie en het voorkomen van segregatie bieden van gelijke kansen op een goede start in het onderwijs voor alle peuters voldoende aanbod van Voorschoolse educatie over de gemeente; verbinding met basisscholen ten behoeve van een sterke doorlopende leerlijn; gemengde VE-peutergroepen, zodat VE-peuters en peuters samen spelen en leren. b) Doelgroep Subsidie kan worden aangevraagd door een aanbieder die voldoet aan de vereisten uit de Wet Kinderopvang en de hieruit voortvloeiende regelgeving. c) Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen Subsidie wordt uitsluitend verleend aan aanbieders voor: Het aanbieden van reguliere peuteropvang aan ouders van de peuters zonder recht op kinderopvangtoeslag; Het aanbieden van voorschoolse educatie aan: de ouders van de peuter met recht op kinderopvangtoeslag; de ouders van de peuter zonder recht op kinderopvangtoeslag; de ouders van de VE-peuter met recht op kinderopvangtoeslag; de ouders van de VE-peuter zonder recht op kinderopvangtoeslag; De wettelijk verplichte inzet van een HBO-beleidsmedewerker VE. Het bieden van extra ondersteuning op VE-locaties. Deskundigheidsbevordering van voorschoolleidsters en Intern Begeleiders (IB ers). d) Subsidieduur De subsidie wordt verstrekt per kalenderjaar, voor een periode van maximaal 40 (school)weken in dat kalenderjaar. De subsidie eindigt met ingang van de datum waarop de peuter geen gebruik meer maakt van de voorschoolse voorziening of uiterlijk op de dag dat de peuter 4 jaar wordt. e) Subsidie reguliere peuteropvang De hoogte van de subsidie voor reguliere peuteropvang als bedoeld onder c , 1, wordt als volgt berekend: Het college stelt jaarlijks voor 1 oktober het subsidiabel uurtarief voor peuteropvang vast. Dit gebeurt op basis van het wettelijk vastgestelde uurtarief voor kinderopvang dat door de Rijksoverheid wordt vastgesteld. Subsidie voor peuteropvang wordt verleend aan ouders van de peuter zonder recht op kinderopvangtoeslag. De hoogte van de subsidie is het aantal uren dat een peuter contractueel van de opvang gebruik heeft gemaakt keer het geldende uurtarief. Er geldt een maximum van 320 uur per jaar (8 uur x 40 weken). Het geldende uurtarief wordt berekend zoals in tabel 1. Tabel 1: Ouder recht op kinderopvangtoeslag Uurtarief vanaf 0 tot en met 11 uur per week Nee Fiscaal maximum – (minus) ouderbijdrage f) Subsidie voorschoolse educatie De hoogte van de subsidie voor voorschoolse educatie als bedoeld onder c, 2 wordt als volgt berekend: het college stelt jaarlijks voor 1 oktober het subsidiabel uurtarief voor voorschoolse educatie vast op basis van: het jaarlijks wettelijk vastgesteld uurtarief kinderopvang, vastgesteld door de Rijksoverheid. een opslag per uur voor de uitvoering van de wettelijke kwaliteitseisen en de door gemeente Oosterhout gehanteerde bovenwettelijke kwaliteitseisen voor voorschoolse educatie. De hoogte van de subsidie is het aantal uren dat een peuter contractueel van de opvang gebruik heeft gemaakt keer het geldende uurtarief. Er geldt een maximum van 640 uur per jaar (1280 gedurende twee jaar). Het geldende uurtarief wordt berekend zoals in tabel 2. Ouder recht op kinderopvangtoeslag Uurtarief van 0 tot en met 11 uur Uurtarief vanaf 11 tot en met 16,5 uur per week Ja Subsidiabel uurtarief VE – (minus) ouderbijdrage Met VVE-indicatie: subsidiabel uurtarief VE Nee Subsidiabel uurtarief VE – (minus) ouderbijdrage Met VVE-indicatie: subsidiabel uurtarief VE De grondslag voor de subsidie wordt bepaald op basis van het gemiddelde aantal geplaatste VE-peuters per locatie in kwartaal 1, 2 en 3 van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar. g) Hoogte van de subsidie voor HBO-beleidsmedewerker VE De hoogte van de subsidie voor een HBO-beleidsmedewerker als bedoeld onder c, 3, wordt als volgt berekend: De subsidie wordt verstrekt voor de inzet van een pedagogisch coach/-beleidsmedewerker op hbo werk- en denkniveau voor 10 uur per jaar per VE-peuter per locatie met voorschoolse educatie; De grondslag voor de subsidie wordt bepaald op basis van het gemiddelde aantal geplaatste VE-peuters per locatie in kwartaal 1, 2 en 3 van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar. Het subsidiebedrag wordt op uurbasis verstrekt en is gebaseerd op de CAO Kinderopvang, schaal 9, hoogste trede. Jaarlijks wordt het uurtarief opnieuw ingeschaald. h) Hoogte van de subsidie voor het bieden van extra ondersteuning op groeps- en/of kindniveau op VE-locaties 1. De hoogte van de subsidie voor het bieden van extra ondersteuning op VE-peutergroepen, zoals bedoeld in artikel 5, lid 4, wordt bepaald op basis van de daadwerkelijk ingezette formatie en activiteiten, binnen de volgende kaders: Voor VE groepen met een algemeen hoger ondersteuningsniveau kan subsidie worden verstrekt voor activiteiten die aanvullend zijn op het reguliere VE-aanbod. Dit betreft onder meer: Extra pedagogisch medewerker: maximaal 12 uur per week (maximaal 4 uur per dagdeel), tegen een tarief gebaseerd op de CAO Kinderopvang 2026, schaal 6, hoogste trede. Extra VE-coach: maximaal 4 uur per week, tegen een tarief gebaseerd op de CAO Kinderopvang 2026, schaal 9, hoogste trede. Verkleinen groepsgrootte: maximaal een derving van 2 kindplaatsen. Deze interventie kan uitsluitend worden aangevraagd na overleg met de gemeente, waarbij andere opties eerst zijn onderzocht. Overige interventies: de gemeente kan subsidie toekennen voor andere passende interventies, mits deze inhoudelijk en financieel onderbouwd zijn. Onder VE groepen met een algemeen hoger ondersteuningsniveau verstaan we locaties met een zware VE-doelgroep in het algemeen. In deze regeling wordt verstaan onder zware VE-doelgroeplocatie een voorschoolse voorziening met meer dan 50% doelgroeppeuters op locatieniveau. Bij 50% of meer doelgroeppeuters op een gehele VE locatie kan per groep de groepssubsidie aangevraagd worden. De inzet van deze middelen komt de kwaliteit van het voorschoolse aanbod ten goede. Dit percentage betreft de verhouding tussen reguliere kinderen versus VE-peuters gebaseerd op basis van unieke peuters, die in juni van voorgaand jaar staan ingeschreven op de locatie met een gemiddelde bezetting van minimaal 75%. Dit wordt opgevraagd bij het aan te leveren gemeentelijke aanvraag- en verantwoordingsformulier. Dit kan met een steekproef gecheckt worden. Het subsidiebedrag wordt op uurbasis verstrekt en is gebaseerd op de CAO Kinderopvang, schaal 6, trede 23. Jaarlijks wordt het uurtarief opnieuw ingeschaald. Indien er op een locatie meerdere stamgroepen zijn, waarbij meerdere stamgroepen aan de 50 procentnorm voldoen, mag voor meerdere groepen aanvullende subsidie worden aangevraagd. Voorwaarde is dat de aanbieder binnen dezelfde locatie zorgt dat de geïndiceerde kinderen zo goed als mogelijk verdeeld worden over de verschillende VVE-groepen. 2. Voor kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte kan subsidie worden verstrekt voor activiteiten die aanvullend zijn op het reguliere VE-aanbod. Dit betreft onder meer: extra inzet van interne coaching (bijvoorbeeld VE coach of pedagoog); extra tijd voor (wijkgerichte) afstemming en samenwerking met ketenpartners; extra formatie op locatie- of kindniveau door (ambulant) pedagogisch medewerkers; overige interventies, mits passend onderbouwd. Onder kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte verstaan we kinderen met een extra ondersteunings (anders en meer dan het reguliere VE-aanbod), kinderen met een (ontwikkelings-)achterstand waarbij de verwachting is dat het kind deze achterstand (in enige mate) kan inlopen met extra ondersteuning binnen de reguliere kinderopvang. 3. Overheadkosten zijn uitgesloten van subsidie. 4. Voor de verantwoording van de aanvullende subsidie levert de aanbieder een door de gemeente opgemaakt inhoudelijk verantwoordingsdocument aan waaruit blijkt welke gesubsidieerde activiteiten zijn verricht i) Ouderbijdrage Voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag geldt een inkomensafhankelijke ouderbijdrage over de eerste twee dagdelen van maximaal 320 uur per jaar (640 uur per anderhalf jaar). De hoogte van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage wordt door de aanbieder bepaald op basis van het verzamelinkomen van het voorgaande kalenderjaar en wordt gebaseerd op de meest recente Kinderopvangtoeslagtabel. Ten behoeve van de vaststelling van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage zorgt de aanbieder ervoor dat de ouder een ondertekende ‘verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag’ en een recente inkomensverklaring overlegt aan de aanbieder. De aanbieder verplicht de ouder wijzigingen in de inkomens- of gezinssituatie die van invloed zijn op de kinderopvangtoeslag per omgaande te melden bij de aanbieder. De aanbieder past het contract aan en verwerkt de wijzigingen in de verantwoording aan de gemeente. Wanneer een verlaging van het inkomen zodanig is dat ouders in een lagere inkomenscategorie vallen, kunnen ouders een aanvraag tot herziening van de ouderbijdrage indienen bij de aanbieder. Hierbij dient de ouder de meest recente loongegevens, uitkeringsbeschikking of meest recente inkomensverklaring aan te leveren. j) Aanvullende verplichtingen voorschoolse educatie en peuteropvang De aanbieder die subsidie voor voorschoolse educatie ontvangt: verleent alle medewerking aan onderzoeken door de GGD in het kader van controle aan wettelijke vereisten; int de ouderbijdrage; neemt actief deel aan overleg over peuteropvang in het kader van doorlopende leerlijn 0-13 jaar en voert voorschoolse activiteiten uit gericht op het zorgen voor samenhang in de voorschoolse educatie en het zo goed mogelijk bereiken van de doelgroep; levert jaarlijks de gevraagde informatie voor monitoring van voorschoolse educatie en peuteropvang door de gemeente; verleent doelgroepkinderen, zoveel als mogelijk, voorrang bij de plaatsing van een peuter op een beschikbaar gekomen plek, wanneer er een wachtlijst is; het aanbod van voorschoolse educatie aan een VE-peuter bedraagt minimaal 960 uur over een periode van 1,5 jaar, waarbij het aanbod maximaal 6 uur aaneengesloten per dag is. k) Aanvraagtermijn Een aanvraag om subsidie kan worden ingediend vanaf 1 oktober tot uiterlijk 1 december voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar. In afwijking van het eerste lid kan een eerste aanvraag om subsidie worden aangevraagd gedurende een subsidiejaar. De subsidie wordt dan verstrekt naar rato van het aantal maanden in het kalenderjaar waarvoor wordt aangevraagd, vanaf de datum waarop het college de aanvraag heeft goedgekeurd. Als een aanvraag niet volledig is ingediend, geeft het college de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een hersteltermijn om de aanvraag aan te vullen. Als datum van aanvraag geldt dan de datum van ontvangst van de volledige aanvraag. Indien de aanvraag niet binnen de gestelde termijn is aangevuld kan het college besluiten de aanvraag niet te behandelen. l) Beslistermijn Het college beslist binnen acht weken nadat de volledige aanvraag om subsidie is ingediend. Het college kan dit besluit met ten hoogste zes weken verdagen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. m) Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en de weigeringsgronden genoemd in de ASV, weigert het college de subsidie in ieder geval indien niet voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in deze regeling; n) Verlening, voorschotten, betaling Op aanvraag van de aanbieder neemt het college een besluit over verlening van de voorlopige subsidie. 90% van de verleende subsidie wordt in een voorschot in januari van het lopende subsidiejaar betaald. Berekening van het subsidievoorschot per jaar vindt plaats op de wijze zoals aangegeven in deze regeling met dien verstande dat de subsidiabele uren voor het desbetreffende jaar voor de berekening in aanmerking worden genomen. o) Verantwoording subsidie De subsidieontvanger verantwoordt de besteding van de subsidie door kwantitatieve gegevens in de Peutermonitor aan te leveren. Hiervoor levert de aanvrager voor elk kwartaal van het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, per peuter per maand tenminste de volgende informatie aan: betreffend kwartaal, maand, locatie en LRK-nummer; BSN; NAW-gegevens; geboortedatum; inkomen ouders, eerste kind ja/nee, vve-indicatie ja/nee, kinderopvangtoeslag ja/nee, startdatum peuteropvang, (verwachte) einddatum peuteropvang, aantal uren regulier aanbod, aantal uren aanvullend aanbod. Deze gegevens worden aangeleverd voor zowel reeds geplaatste peuters als voor peuters die een reservering voor peuteropvang in de toekomst hebben bij de aanvrager. Voor 1 april van het jaar, dat volgt op het betrokken kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in. p) Wijziging verleningsbeschikking Indien gedurende het lopende subsidiejaar recht op een hogere subsidie bestaat omdat het bezette aantal gesubsidieerde peuterplekken afwijkt van het in de beschikking vermelde aantal, kan een heroverweging van de subsidie plaatsvinden. Als de heroverweging leidt tot verhoging van de subsidie, dan ontvangt de aanbieder een vervangend besluit waarin de hoogte van de resterende voorschotbedragen opnieuw wordt vastgesteld. q) Subsidievaststelling De subsidie wordt ambtshalve vastgesteld binnen 10 weken na ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling op basis van de in het tabblad ‘Verantwoording’ opgenomen bedragen. Dit tabblad van de financiële module van de Peutermonitor geeft de subsidie weer voor het daadwerkelijk gebruik van gesubsidieerde peuterplekken in een kalenderjaar. Dit heeft een terugvordering tot gevolg als houder minder bezette peuterplekken heeft gerealiseerd dan het aantal waarop de hoogte van de subsidieverlening was gebaseerd. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 8 weken worden verdaagd. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in artikel 18 is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling. Het college vordert onverschuldigd betaalde subsidie terug. Periodiek kan een controle uitgevoerd worden door de gemeente, waarbij de volgende gegevens gecontroleerd worden: een gedagtekende overeenkomst tussen de aanbieder en de ouder van het kind; het in de overeenkomst opgenomen aantal uren peuteropvang en voorschoolse educatie; een ondertekende ouderverklaring van ouders die aangeven geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag en een inkomensverklaring van de Belastingdienst inclusief de berekening van de ouderbijdrage; een indicatieformulier van het consultatiebureau van peuters met een VVE-indicatie. r) Subsidieplafond Het subsidieplafond voor 2026 bedraagt € 1.700.000,-. s) Verdeling van het subsidieplafond Als eerste komen de aanvragen van rechtspersonen in aanmerking waarmee de gemeente een langdurige subsidierelatie op het aangevraagde werkveld heeft. Als bij de berekening van de subsidies blijkt dat het subsidieplafond wordt overschreden, worden alle subsidies met een percentage verlaagd, totdat het subsidieplafond niet meer wordt overschreden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel