De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende
zaak als bedoeld in artikel 2, eerste lid, het genot heeft
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die
op het tijdstip van ingang van de heffing dan wel, indien de
belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting,
bij de aanvang van het belastingjaar als zodanig in de
kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat
tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt
recht is.
Artikel 3
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van baatbelasting riolering voor de projecten Nijkerkerweg en de Hunnenweg