Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Nachtcultuur Specials

Onderdeel van Aanwijzingsbesluit gebieden en locaties met verruimde openingstijden gemeente Eindhoven

1.. Buiten de gebieden die zijn aangewezen in artikel 2 van dit aanwijzingsbesluit, kan de burgemeester op grond van artikel 2:29, vierde lid, van de APV Eindhoven ontheffing verlenen aan een individuele openbare inrichting, indien deze inrichting aantoonbaar bijdraagt aan de Eindhovense nachtcultuur en voldoet aan de in dit artikel gestelde criteria. a.. De burgemeester verleent de ontheffing als bedoeld in het eerste lid slechts indien de aanvrager in een Plan van Aanpak heeft onderbouwd: op welke wijze de openbare inrichting bijdraagt aan de culturele, maatschappelijke of innovatieve ontwikkeling van het nachtleven in Eindhoven; b.. dat de openbare inrichting zich structureel of incidenteel richt op culturele, muzikale of creatieve programmering met een overwegend niet- commercieel karakter; c.. hoe rekening wordt gehouden met aspecten van openbare orde, veiligheid, gezondheid, inclusiviteit en diversiteit; d.. dat overleg heeft plaatsgevonden met de directe omgeving en welke eventuele hinderbeperkende maatregelen naar aanleiding daarvan worden getroffen. 2.. De ontheffing als bedoeld in dit artikel geldt uitsluitend voor de binnenruimte van de inrichting en is onderworpen aan de voorwaarde dat: a.. in de inrichting geen bezoekers worden toegelaten tussen 02.00 uur en 08.00 uur; en b.. het bij de inrichting behorende terras als bedoeld in artikel 2:27 van de APV Eindhoven geen deel uitmaakt van de verruiming van de openingstijden. c.. de burgemeester kan een ontheffing weigeren of daaraan aanvullende voorwaarden verbinden indien dit noodzakelijk wordt geacht met het oog op openbare orde, veiligheid, gezondheid of het woon- en leefklimaat. Daarbij wordt tevens het belang van de nachtcultuur in de stad meegewogen. 3.. De burgemeester kan de ontheffing als bedoeld in dit artikel op ieder moment wijzigen of intrekken, indien daartoe aanleiding bestaat op grond van monitoring, klachten of evaluatie waaruit blijkt dat het functioneren van de inrichting een nadelige invloed heeft op de openbare orde of het woon- en leefklimaat. 4.. In situaties waarin toepassing van dit artikel aanleiding geeft tot twijfel of onduidelijkheid, beslist de burgemeester met inachtneming van de doelstelling van deze regeling en de belangen van nachtcultuur, veiligheid en het woon- en leefklimaat. 5.. Een op grond van dit artikel verleende ontheffing is uitsluitend geldig voor de specifieke vergunninghouder van de betreffende exploitatie- of alcoholwetvergunning en voor het bij de aanvraag opgegeven adres.

Verwijzingen