Een rolstoel is bedoeld voor inwoners die moeite hebben met lopen en die daardoor niet goed kunnen bewegen in en rond hun huis. Hoewel een rolstoel geen vervoersmiddel is zoals een auto, kan het wel helpen bij activiteiten buiten huis, zoals boodschappen doen of sociale activiteiten bijwonen in de buurt.
Incidenteel rolstoelgebruik
Een rolstoel voor incidenteel gebruik, ook wel een transportrolstoel genoemd, is niet bedoeld om dagelijks te gebruiken als zitplaats. Meestal wordt deze gebruikt wanneer iemand ergens anders naartoe moet waar lopen niet mogelijk is, zoals tijdens een uitstapje. Het hangt af van de aanleiding voor het gebruik van de rolstoel en de mate van medische noodzaak of een inwoner deze vanuit de Wmo of de Zorgverzekeringswet kan krijgen; de Wmo is er voor deelname aan de samenleving en de Zorgverzekeringswet voor medische zorg.
Selectie van een rolstoel
Naast het onderzoeken of een rolstoel vanuit de Wmo passend is voor de situatie van de inwoner, kijkt de consulent ook naar welk type rolstoel het beste past. Hierbij wordt rekening gehouden met de volgende punten:
hoe de rolstoel gebruikt gaat worden;
waar de rolstoel gebruikt gaat worden;
hoe de rolstoel wordt aangedreven (door de gebruiker zelf met het eigen lichaam, door een mechanisme dat bedient wordt of door anderen geduwd worden);
de zithouding en hoeveel ondersteuning nodig is;
of de rolstoel gemakkelijk meegenomen moet kunnen worden;
de lichaamsmaten van de persoon die de rolstoel gaat gebruiken (antropometrische gegevens).
Economische en technische afschrijvingstermijn
Hulpmiddelen worden meestal over een periode van vijf tot tien jaar afgeschreven. Dit betekent dat de kosten van het hulpmiddel over deze periode worden verdeeld en via een maandelijkse eigen bijdrage worden betaald. De gebruiker betaalt nooit meer dan de afgesproken prijs. Zodra dit bedrag is bereikt, stopt de eigen bijdrage. Na de afschrijvingstermijn kan het hulpmiddel soms worden vervangen of opgeknapt, afhankelijk van de behoeften van de gebruiker en of het hulpmiddel nog aan de veiligheidsvoorschriften voldoet.
Hulpmiddelen worden niet vervangen zolang het huidige hulpmiddel goed werkt. Vervanging gebeurt alleen als het hulpmiddel technisch niet meer goed functioneert. De ‘technische levensduur’ van het hulpmiddel staat beschreven in de contracten tussen de gemeente en de leveranciers. Als een inwoner vindt dat het hulpmiddel niet meer voldoet, wordt dit eerst gecontroleerd aan de hand van de afspraken in die contracten.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.1
Rolstoel
Onderdeel van 1e wijziging Uitvoeringsregels Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Baarn 2025