Inwoners met een hulpvraag kunnen via de Wmo begeleiding krijgen bij dagelijkse taken. Dit kan bijvoorbeeld gaan om hulp bij administratie, afspraken, het leren van nieuwe vaardigheden, of deelname aan sociale activiteiten. Het doel is om inwoners zo zelfstandig mogelijk te laten functioneren en volwaardig mee te laten doen in de samenleving. Eerst wordt gekeken naar wat iemand zelf kan, eventueel met hulp van familie of vrienden. Pas daarna wordt professionele hulp ingezet, zodat de ondersteuning precies aansluit op wat nodig is.
Begeleiding speelt vaak een ondersteunende rol bij behandeling. Waar mogelijk wordt eerst onderzocht of behandeling een optie is. Begeleiding kan bijvoorbeeld helpen om tijdens de behandeling aangeleerde vaardigheden te oefenen. Daarom is een goede samenwerking en afstemming tussen behandelaar en begeleider van groot belang.
Individuele en groepsbegeleiding
Begeleiding en daginvulling kunnen zowel individueel als in groepsverband worden aangeboden. De voorkeur gaat uit naar de meest efficiënte oplossing. Groepsbegeleiding heeft daarom prioriteit als hiermee hetzelfde doel bereikt kan worden als met individuele begeleiding. In sommige situaties is een combinatie van beide nodig. Groepsbegeleiding kan thuis plaatsvinden (ambulant) of op een locatie voor dagactiviteiten. In Baarn wordt individuele begeleiding voornamelijk verzorgd door consulenten van het Lokaal Team, zowel thuis als op locatie.
Basis- en plusniveaus van begeleiding
Begeleiding en daginvulling worden onderscheiden in twee niveaus: basis en plus. Het basisniveau is het uitgangspunt en geschikt voor de meeste inwoners. Het plusniveau is bedoeld voor inwoners met complexe problemen of moeilijk gedrag, zoals een verstandelijke beperking, psychische problematiek of dementie. Dit niveau wordt alleen ingezet wanneer extra deskundigheid noodzakelijk is.
Voor begeleiding of daginvulling vanuit de Wmo geldt doorgaans een maximum van zes dagdelen per week. Extra dagdelen worden alleen toegekend als dit noodzakelijk is, bijvoorbeeld om mantelzorgers te ontlasten of om te voorkomen dat de zorgvraag toeneemt. Als blijkt dat er veel meer begeleiding nodig is, wordt onderzocht of ondersteuning vanuit de Wet Langdurige Zorg (WLZ) een passende oplossing is.
Vervoer naar groepsbegeleiding
Bij groepsbegeleiding wordt gekeken of de inwoner zelfstandig naar de locatie kan reizen, bijvoorbeeld met het openbaar vervoer, de fiets of een ander vervoermiddel. Hierbij kan oefening of begeleiding door mantelzorgers of vrijwilligers nodig zijn. Als zelfstandig reizen niet mogelijk is, wordt vervoer geregeld. Dit gebeurt in overleg met de aanbieder van daginvulling en houdt rekening met eventuele medische behoeften, zoals toezicht tijdens het vervoer. In specifieke gevallen kan de Zorgverzekeringswet (Zvw) worden ingeschakeld voor aanvullende ondersteuning.
Andere voorzieningen en ondersteuning
Thuiswonende inwoners met een WLZ-indicatie kunnen voor alle vormen van begeleiding een beroep doen op de WLZ. Daarnaast zijn er verschillende voorliggende voorzieningen beschikbaar die ondersteuning kunnen bieden. Dit kan bijvoorbeeld gaan om:
arbeidsvoorzieningen, zoals ondersteuning via de ziektewet, WIA of Wajong;
behandeling en zorg via de zorgverzekering;
collectief aanbod van Pit Baarn;
andere lokale initiatieven, zoals maatjesprojecten en bibliotheekactiviteiten, bieden laagdrempelige mogelijkheden voor sociale interactie en deelname aan activiteiten;
algemeen gebruikelijke voorzieningen, zoals computercursussen of kinderopvang;
gebruikelijke hulp van huisgenoten, zoals bij het regelen van thuisadministratie of het bieden van structuur in het dagelijks leven.
Met deze aanpak wordt voor iedere inwoner gezocht naar de beste oplossing, passend bij de persoonlijke situatie en behoeften.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4
Artikel 3.4.2
Begeleiding en daginvulling Wmo
Onderdeel van 1e wijziging Uitvoeringsregels Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Baarn 2025