In de Wmo 2015 staat dat gemeenten Pgb's moeten uitbetalen via trekkingsrecht. Dit betekent dat het geld voor hulp en ondersteuning niet direct op de bankrekening van de persoon met het Pgb wordt gestort, maar op een rekening van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De kosten die de SVB maakt voor deze uitvoering worden niet doorberekend aan de persoon met het Pgb. Daarnaast hoeft de inwoner het geld dat de gemeente betaalt aan de SVB om hen in te huren niet te betalen.
De inwoner met het Pgb laat aan de SVB weten hoeveel hulp er is gegeven via declaraties of facturen, en dan zorgt de SVB ervoor dat het geld naar de zorgverlener wordt overgemaakt. Geld dat niet is uitgegeven, wordt na de verantwoordingsperiode door de SVB terugbetaald aan de gemeente.
Een uitzondering hierop geldt voor eenmalige Pgb's, bijvoorbeeld voor een hulpmiddel. Het geld wordt dan rechtstreeks naar de inwoner met het Pgb overgemaakt op basis van een geaccepteerde offerte. Die persoon moet binnen 6 maanden het hulpmiddel kopen en dit verantwoorden met een factuur.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.7
Artikel 5.7.1
Trekkingsrecht
Onderdeel van 1e wijziging Uitvoeringsregels Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Baarn 2025