Naar hoofdinhoud
1.. De aanvrager dient bij de indiening van de aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang de volgende documenten mee te sturen. het verslag als bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, van de verordening, buiten de situatie als bedoeld in artikel 3:3, derde lid, van de verordening, een offerte van de kinderopvangorganisatie of de gastouder die zorg zal dragen voor de kinderopvang met vermelding van het aantal uren per week dat kinderopvang beschikbaar zal zijn, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de kinderopvang, een kopie van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de identificatieplicht waarvan de aanvrager de houder is, kopieën van inkomensbewijzen van de drie meest recente kalendermaanden van de aanvrager, of, indien de aanvrager inkomsten uit een eigen onderneming ontvangt, de meest recente aanslag inkomstenbelasting met vermelding van het verzamelinkomen, en een kopie van de bankpas van de aanvrager. 2.. De offerte als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt in een situatie als bedoeld in artikel 3:3, derde lid, van de verordening, wel met de aanvraag meegestuurd als de aanvrager de toekenning van een andere omvang dan die in het eerdere toekenningsbesluit staat, beoogt. 3.. Indien voor de indiening van de aanvraag gebruik is gemaakt van DigiD, vervalt het vereiste uit onderdeel c van het vorige lid. 4.. Als de aanvrager er vooraf op gewezen is of als hij redelijkerwijs kon weten, dat het college in aanvulling op het bepaalde in het eerste lid gegevens of bescheiden nodig heeft voor een deugdelijke behandeling van de aanvraag, dan dient de aanvrager deze gegevens of bescheiden bij de aanvraag mee te sturen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel